ONDERZOEK ALLES …

titels-kopie

 verpleegsters

Als je de verpleging in wilde, had je vroeger de keus tussen ziekenhuis, psychiatrie of zwakzinnigenzorg. Je werd opgeleid binnen de instelling, dat heette inservice. Zoiets heb je nu weer, maar nu heet het duaal of bij de ROC’s de BBL (BeroepsBegeleidende Leerweg, niet te verwarren met de BOL, de BeroepsOpleidende Leerweg). Als je in een ziekenhuis werd opgeleid, werd je A-verpleegster (en de zeldzame man werd A-verpleger). Via de psychiatrie B-verpleger (en de sporadische vrouw B-verpleegster). En je zou verwachten dat de zwakzinnigenzorg zou opleiden tot de C-verpleegster, maar voor deze mensen sloegen ze het hele alfabet over en dus werd je daar Z-verpleegster. Om de een of andere reden werden de B-mensen het hoogst aangeslagen, die waren het slimst, eigenzinnig en, ja dus, meestal van de mannelijke kunne. Daarna kwam de A en ergens onderaan bungelde de Z. De Z’ers werden wat meewarig beschouwd, alsof hun doelgroep op hen afstraalde. Dat klopte wel, heb ik zelf kunnen ervaren, want ik heb spellinglessen gegeven aan Z’ers in Harlingen en later ook in Enschede. Ik maakte mijn lessen zelf, maar dat had ik evengoed niet kunnen doen, want in die lessen werd alleen een eind weg geouwehoerd, ze waren heel aardig, dat wel.

In de tijd dat ik bij Verpleegkunde ging werken leerde je voor een beroep in het middelbaar of in het hoger beroepsonderwijs. Dus moesten die ABZ-opleidingen verdwijnen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het ministerie bedacht een opleidingssysteem voor werken in de verzorging en verpleging. Je kon toen kiezen, en nu nog geloof ik, uit een vijftal opties, vijf niveaus. Een tijdlang bleef het inservice-systeem hiernaast lopen, wel werden de verpleegsters en verplegers opgegrade naar verpleegkundigen. Het zweefde een beetje tussen MBO en HBO in en die scholen deden veel moeite om de ABZ’ers in hun onderwijs binnen te sluizen. Het hoogste niveau in het nieuwe stelsel was de HBOV, niveau 5. Daarmee mocht je je verpleegkundige noemen. Een niveau daaronder, niveau 4, was de MBOV, tegenwoordig te volgen bij de ROC’s. Ook die mochten zich verpleegkundige noemen. En daar begonnen de problemen. Want dat was uiteraard heel verwarrend: waarom zou je als zorgwerkgever een niveau’er 5 nemen als je voor minder geld ook een viertje kon krijgen met de zelfde beroepstitel en ogenschijnlijk dezelfde opleiding. Tot zover de inleiding.

 verpleegkunde

In 1986 kwam ik te werken bij Verpleegkunde / HBOV, eerst in Hengelo later in Enschede. Enkele jaren later werd ik lid van het MT. Het ABZ- en 4 / 5-gedoe speelde volop en het werd onze taak om het verschil tussen ons niveau 5 tegenover hun niveau 4 zoveel mogelijk te benadrukken en zo groot mogelijk te maken. De studenten moesten direct of via een omweg en masse voor ons kiezen en wij moesten ze zo goed opleiden dat de werkgevers duidelijk de meerwaarde zagen. Ik werd lid van het landelijke opleidingsoverleg in Utrecht en daar raakten we er maar niet over uitgepraat. Met een werkgroep bedachten we een marketingstrategie die erin resulteerde dat een bureau er ook over ging nadenken waarna er overal billboards kwamen te staan met de boodschap dat je voor ons moest kiezen. Een meer inhoudelijke invalshoek was de keus voor veel aandacht voor ‘verpleegkundig onderzoek’. Het was in de tijd dat hogescholen gesubsidieerd lectoren konden gaan aantrekken (wat we meteen deden) en zich in het buitenland university mocht noemen (met wel iets ervoor of erachter, maar dat deden we meestal niet). Professionele beroepsuitoefening moest evidence based zijn, dat werd het devies. En die evidence werd geleverd door onderzoek. En daarom moesten studenten enig verstand hebben van onderzoek. Ze moesten eenvoudige artikelen (bv in het wetenschappelijke tijdschrift Verpleegkunde) kunnen lezen en een soort HBO-achtig onderzoek kunnen uitvoeren voor hun eindexamenscriptie. Als opperhoofd van de afstudeerfase moest ik van alle markten thuis zijn, dus ik begon ook deftig mee te praten over kwalitatief en kwantitatief onderzoek, representativiteit, observerende participatie, case study, data-analyse, diepte-interview en uiteraard kwam het evidente beest ook weer opdraven.

onderzoek

Ik was er best wel druk mee, zat in forums, beoordeelde scripties, leidde eindpresentaties van masterstudenten, en overlegde met andere opleidingen. Vooral die case study door participerende observatie vonden we interessant, dat kon mooi in de eindstage. Daar wilden we veel meer over weten, maar dat viel nog niet mee. Dus kwam ik op het idee om een samenwerkingsverband op te zetten met bevriende opleidingen in het oosten en noorden: Deventer, Zwolle, Groningen en Leeuwarden. Met ons erbij waren dat er vijf en dus bedacht ik de naam Penta-V. Uiteraard werd ik voorzitter van de groep. Ik heb gegoogeld of er op internet nog iets van te vinden was, maar behalve een mediabedrijf in Zwolle en Volvo Penta V-snaren à € 12,85 kon ik niks vinden. Stom, ik had vergeten de naam wettig te deponeren. We organiseerden studiebijeenkomsten, conferenties en werkgroepoverleg, ook zochten we samenwerking met de Universiteit Groningen, die toen een studie verpleegkunde aanbood. Een medewerker van de vakgroep Verpleegkunde van de universiteit nam zelfs standaard zitting in ons overleg. Hij heette Van Strien, was kort van stuk en had een enorme baard. Hij had belang bij de samenwerking want onze afgestudeerde studenten waren zijn doelgroep om door te stromen naar zijn opleiding. Een van de meest gedenkwaardige studiedagen vond plaats bij de hogeschool in Leeuwarden. Naast deze hogeschool stond het gebouw van een andere hogeschool, die van de christelijken. Zij hadden geen HBOV. Als je een christelijke verpleegkundige wilde worden kon je alleen terecht in Zwolle of Diemen. Maar ze hadden wel een hotelopleiding. Dus het leek ons wel aardig om daar de lunch te gebruiken, leerzaam voor de studenten van die christelijke hogeschool en goedkoop voor ons. Ik had er in het programma een uur voor uitgetrokken, 13.00 – 14.00 uur, dat was niet veel, maar we moesten onze tijd goed gebruiken. Om kwart voor een vertrokken we en waren dus mooi op tijd. Er kwam wijn op tafel en we moesten even wachten. Tegen twee uur hoorden we dat het eten er zo aan kwam. Dat was een kwartier later inderdaad het geval, er waren vijf gangen, de studenten dienden ook zelf op, ze waren behalve christelijk ook zenuwachtig en namen er de tijd voor. Alleen het witte en rode wijn schenken ging gestaag door. Om half vier opende ik het tweede deel van de dag met de woorden: ‘Zo, het beste deel van deze studiedag zit erop.’ Dat was ook zo, want die middag was voorbij voor ik er erg in had en van de uitkomsten staat me niet zo veel meer bij.

 lekker-eten

Toevallig zat ik tijdens deze lunch naast van Strien en we hadden dus heel wat te bepraten, hij dronk witte en ik rode. Van Strien zat in de redactie van Verpleegkunde, Nederlands-Vlaams wetenschappelijk tijdschrift voor verpleegkundigen. Enkele weken daarna belde hij me op. In de redactieraad van Verpleegkunde was een plaats vrijgekomen, of ik daar belangstelling voor had. Alles wat ik daarvoor moest doen was één keer per jaar een vergadering bijwonen en om de paar maanden een ingezonden artikel beoordelen of dat geplaatst kon worden. Ik vond dat wel een hele eer en zei dus meteen ja. En zo kwam mijn naam pront in de redactieraadlijst te staan (tussen Baard en Kale) en kreeg ik af en toe een naamloos conceptartikel ter beoordeling opgestuurd. Vaak van af te studeren of afgestudeerde studenten gezondheidswetenschappen of verpleegkunde. maar ook wel van hun opleiders. De artikelen hadden titels als ‘Effect van geïndividualiseerde verpleegkundige zorg op de voedingstoestand van geïnstitutionaliseerde ouderen: een systematische review’ of ‘Spiritualiteit en verplegen’. Ik beoordeelde de artikelen op taalgebruik, consistentie, opbouw en relevantie. Tachtig jaar opstellen beoordelen had mijn opmerkingsgave gescherpt. Als er veel cijfers en statistische bewerkingen in stonden werd het lastig. In Amsterdam had ik indertijd drie colleges statistiek gevolgd, maar ik had niet de indruk gekregen dat ik nu boven de stof stond. Ook de diverse studiedagen, hoewel heel interessant, verlichtten mij niet voldoende. Soms raadde ik de schrijver van het bewuste artikel aan nog eens goed naar de cijfers te kijken. Of ik vroeg een ter zake geschoolde collega er eens naar te kijken en nam diens commentaar over. Meestal had ik wat opmerkingen ter verbetering, maar adviseerde toch tot plaatsing. Zo’n artikel zag ik later dan inderdaad in druk terug. Slechts één keer adviseerde ik niet te plaatsen, maar dat artikel bevatte dan ook evidente onzin en rare gevolgtrekkingen. Op een gegeven moment moet ik weer uit de redactieraad getreden zijn, want ik heb niet de indruk dat ik het nog steeds doe.

Uit die tijd stamt ook mijn eerste en enige in een wetenschappelijk tijdschrift verschenen wetenschappelijke artikel. Met Miep, collega, en Pleasure, lector, bezocht ik enkele verpleeghuizen. Eerst gingen we naar De Schilderhoek in de Schilderswijk. Daar woonden oude moslims en mohammedanen en oude moslima’s, Turken en Marokkanen, maar ook overzeese gebiedsdelers. Zelfs enkele witte blanken, waarschijnlijk de laatste overgebleven schilders. Deze ouden van dagen woonden door elkaar in wooneenheden, als een afspiegeling van de maatschappij maar dan wel die in de Schilderswijk. Het zag er fris en fruitig uit en de mensen leken zich er thuis te voelen bij de verzorgsters met een hoofddoekje en een immigratieachtergrond. Vervolgens trokken we noordwaarts naar het verpleeghuis Hogewey in Weesp. Dit verpleeghuis was bekend vanwege de goede zorg en de groepering van de oudjes. Uit heel Nederland en zelfs daarbuiten kwamen zorggeïnteresseerden kijken wat en hoe ze het daar deden. Er was zelfs een bezoekstop, omdat de doelgroep er nog meer van in de war raakte dan ze al waren. Maar omdat Miep overal lijntjes had lopen en bekend was vanwege een lang geleden geschreven boek over de geschiedenis van het verplegen, mochten wij langskomen. De groepsindeling van de bewoners was bijzonder. Ze woonden in eenheden naar de sociale laag waaruit ze kwamen. En zo werden ze ook behandeld. Dus de Jordaanhoek draaide muziek van tante Leen, ze schonken daar een oude borrel met suiker en de inrichting viel op door heel veel pluche kleedjes. De Gooise oudjes kregen sherry of advocaat en Schubert.

Na deze oriënterende bezoeken vatten we het plan op er een artikel over te schrijven. En wel voor de Engelse markt. We maakten een taakverdeling. Miep schreef een stuk, een heel groot stuk. Ik gaf een beschrijving van wat we hadden gezien en gehoord. En Pleasure maakte er Engels van en zorgde voor het verbijzonderen, veralgemeniseren, abstraheren en strooien met verwijzingen uit literatuur over demografie, immigratie en interculturaliteit. Zo werd het een mooi en boeiend en wetenschappelijk artikel, goed geschikt voor het gerenommeerde Engelse tijdschrift ‘Health and Social Care in the community’. De titel van ons artikel werd ‘Taking the community into the home’. En onze namen erbij. Eerst die van Pleasure, met ongeveer het halve alfabet achter haar naam. Toen Miep, met haar titel Drs. En toen ik. Maar sodeju, ik had geen titel. Dat kon natuurlijk niet. Ik kreeg last van wat Wim Kan ooit noemde ‘het beklemd titelloos wakker worden’. Ik was eerstegraads docent, MO-B, dat vond ik best hoog. Vergelijkbaar met een universitaire studie, die waren ook eerstegraads. En mijn docenten waren bekend en gaven les aan de universiteit. En toch geen titel! Wim de Bie speelde ooit een oud-leraar Duits (O. (Otto) den Beste), die op zijn deur zijn naam had staan met de toevoeging ‘Leraar Duits, MO-A’. Ik kon dat ook doen,titel MO-B, of anders afgekort M OB, Master in Ouwehoeren in de Breedte. Maar dat OB was dat ook niet iets wat vrouwen in zich stopten, dan was het niet zo’n lekkere afkorting. Mijn collega M.L. had een verpleegstersopleiding en wat nascholing. Bij het Nuffic had ze na lang soebatten en schrijven en ruimhartig met de waarheid omgaan en formulieren invullen maar liefst vier titels in de wacht gesleept, waaronder PhD in retorica. Maar dat was een heel gedoe en daar had ik nooit zin aan gehad. Miep en Pleasure vonden de oplossing. Mijn opleiding stond op masterniveau, dus ik was een Master. En waarin? Ik had ruime en diverse onderwijservaring dus in Education. Zo kwam achter mijn naam MEd. Mijn collega’s noemden me sindsdien Mister Ed. Wie het sprekende paard dan was weet ik niet. Ik denk Miep. En toen verscheen het artikel. Nog jaren erna kon je als je mijn naam googelde het artikel lezen of afdrukken. En het staat nog steeds op internet en heeft sindsdien maar liefst twee referenties. Ik had nu duidelijk het gevoel dat ik iets op stapel had gezet, maar ik kon er nog niet precies de vinger op leggen.

niveau-5

 

 

Advertenties

3 thoughts on “ONDERZOEK ALLES …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s