TWEE VOOR TWAALF

2-voor-12

P    Dames en heren, goedenavond, vandaag in het kader van de week van de dementie een bijzondere uitzending. Bewoners uit twee verpleeghuizen strijden tegen elkaar. Verpleeghuis Avondzon uit Hengelo en verpleeghuis De Nachtkaars uit Udel. De quiz is vandaag een beetje aangepast. De twee teams krijgen acht vragen, dus welkom bij twee voor acht.
A     Het is half drie hoor.
P     Welkom mevrouw De Winter en de heer Aalbers van verpleeghuis De Nachtkaars. Mevrouw De Winter, wie bent u?
DW Ja, wat zegt u?
P     U moet zeggen wie u bent.
DW O, ik ben mevrouw De Winter.
P     En vertelt u eens iets over uzelf.
DW Ja, ik ben dus mevrouw De Winter en mijn man is dood en mijn zoon is ook dood, maar mijn andere zoon leeft nog.
P     Mooi. Hoe oud bent u mevrouw De Winter?
DW Hoe oud, ja daar vraagt u me wat, ik geloof 36. Niet? 63 misschien, ik ben een beetje vergeetachtig, ik weet het niet precies, ik ben in de oorlog geboren, ben ik dan oud?
P     Ja, mevrouw De Winter, dan bent u al aardig oud. Dan ga ik nu naar meneer Aalbers, die heeft de 24-delige Winkler Prins tot zijn beschikking en hij kan ook aardig overweg met de computer. Dat is toch zo, meneer Aalbers?
A     Ja, hoor.
P     Heeft u gewerkt met de computer?
A     Ja, ik was boekhouder bij, kom, hoe heet die ook alweer, ik geloof Vroom…
P     Vroom en Dreesman?
A     Nee, hoe komt u daar nu bij, het was de firma Vroom in Appelscha.
P     O, interessant hoor, dus daar heeft u het geleerd. We gaan met het spelletje beginnen. Bent u er klaar voor? Hier komt de eerste vraag.

    Wie is op dit moment minister van defensie?
DW Wat zegt u?
P     Wie is nu de minister van defensie, het is een vrouw.
DW Geen man? Gut wat gek. Is het misschien Femke Halsema, dat vind ik zo’n leuke vrouw.
P     Weet u het zeker of moet meneer Aalbers het opzoeken?
DW  Ja dat is goed hoor, Aalbers zoek het maar op.
A     Wat moet ik opzoeken?
DW Halsema.
    Moet ik Halsema opzoeken?
DW Nee, doe maar Halsema, het is Halsema.
P     Dat is dus de H van Halsema. De tweede vraag, let goed op. Mevrouw De Winter jullie wonen in het verpleeghuis De Nachtkaars, hè?
DW Wat een leuke naam, was dat de vraag?
P     Nee, nu komt de vraag: in welke plaats staat het verpleeghuis De Nachtkaars? Ik heb het net nog gezegd.
DW Nou, dat weet ik zo niet hoor, ik kom eigenlijk nooit buiten. Is het Hengelo, dat zei u zo strakjes. Ik ben wel eens in Hengelo geweest, wat een mooie stad is dat. Aalbers weet jij dat, zoek het maar op.
    OK, meneer Aalbers gaat zoeken, maar u kunt misschien beter even meekijken, want er komt nu een filmpje van de studenten van de PKK.

Filmpje: de oude Grieken belegerden een stad, maar het lukte ze maar niet de stad in te nemen. Na diep beraad besloten ze tot een list. Ze bouwden een groot houten paard en verstopten daar soldaten in. Toen trokken ze zich terug. De inwoners van de stad haalden het paard als een trofee naar binnen. ’s Nachts kwamen de soldaten uit het paard en ze openden de poort. Zo werd de stad toch ingenomen.

troje

P     Hoe heette die stad?
DW Wat zegt u?
P     Hoe heette die stad die werd ingenomen?
DW Welke stad?
P     Die uit het filmpje, die door de oude Grieken werd ingenomen.
DW Ja, dat weet ik niet, oude Grieken, zaten die ook in een tehuis, wat een groot paard hè, Aalbers weet jij het?
A     Ik dacht Breda. Doe maar Breda.
P     De B van Breda. De vierde vraag, meneer Aalbers, u moet vraag twee nog opzoeken, denk om de tijd.
A     O ja, wat was die vraag ook weer?
P     Dat staat op uw scherm, de plaats waar u nu woont. Vraag 4, die gaat over mensen die kortademig, aamborstig zijn. Vroeger noemden ze dat astma. Hoe heet dat nu?
DW Wat zegt u?
P     Een ander woord voor astma, vroeger zeiden ze ‘Uw oma heeft astma, nu zeggen ze uw zoon heeft last van puntje puntje puntje’.
DW Puntje, puntje, puntje? Gaat het wel goed met u?
A     Mijn oma had last van schurft.
DW Mijn zoon heeft last van Marokkanen. Die maken zulk een herrie en ze bekrassen zijn auto en ze schelden Annie uit.
A     O ja, wat zeggen ze dan?
DW Allerlei gemene woorden. Ze zeggen vaak hoerrr.
A     Maar dat is ze toch niet, of wel?
P     Mevrouw De Winter, meneer Aalbers, de tijd loopt door. Wat kiest u, schurft of Marokkanen?
DW Nou doe mij dan maar schurft.
P     De S van schurft op vier. Vraag 5, vanaf 2002 hebben we samen met andere landen een nieuwe munt. WAARMEE BETALEN WE NU?
DW U hoeft niet zo te schreeuwen, ik ben niet doof. Ik betaal nooit niks meer. Wil je het opzoeken Aalbers?
A     Nee, ik ben boekhouder geweest, het zijn guldens.
P     De G van guldens, het gaat goed, maar u moet wel op de tijd letten, meneer Aalbers, zoekt u nog. Vraag 2 staat nog open.
A     Waar moet ik dat dan opzoeken?
P     In die boeken of op de computer, u weet toch hoe dat moet. Vraag 2, hoe heet de plaats waar uw verpleeghuis staat? We zijn al toe aan vraag 6, het gaat goed hoor, u doet het goed. We gaan snel door om wille van de tijd. Een vraag voor mevrouw De Winter, het gaat over een oud gerecht.
DW Een wat?
P     Gerecht, een stamppot, dat heeft u vroeger misschien ook wel eens gemaakt. U ziet het op het plaatje. Er gaan aardappels in, zure appels, gehakt en uien. En dan naar smaak nog wat suiker, boter en kaneel. De stamppot moet heel warm worden opgediend. Hoe heet die stamppot?
DW Ja, dat weet ik, die maakte ik ook wel eens, hoe heet het, ik kan er niet opkomen, het ligt op het puntje van mijn tong, hoe heet dat ook al weer, ik zou het zo kunnen zeggen, stom hè? Het ligt voor in mijn mond, he bah, wat vervelend nou.
P     Dat geeft niets hoor. U komt er misschien zo nog op, we gaan snel door. De paardensprong, kijkt u allebei goed. U weet hoe het gaat, dat heb ik uitgelegd. Kijkt u maar goed.
DW Wat een letters.
A     Ik zie het wel, maar ik zie het niet.
P     U kunt het straks nog even op uw scherm zien, als u nog tijd heeft. De laatste vraag al weer. Zoals gebruikelijk een muziekvraag. Houdt u van muziek mevrouw De Winter?
DW Wat zegt u?
P     OF U VAN MUZIEK HOUDT?
DW Muziek? Ja hoor, als het maar niet te hard staat. Waarom vraagt u dat?
P     Omdat deze vraag over muziek gaat. U weet dat vast wel, het gaat over een hele…
DW HETE BLIKSEM!
A     Niet hier Miep, we zijn op de televisie.
DW Nee, zo heet die stamppot, hete bliksem, die was altijd gloeiendheet, ik heb vaak mijn bek verbrand, maar het is heel lekker, hete bliksem heet het. Zo heet het.

hete-bliksem
P     Goed, de H op 7. En nu de muziekvraag. U hoort nu een heel bekende band, wie zijn dit?

 

Muziek: She loves you, yeah, yeah, yeah She loves you, yeah, yeah, yeah She loves you, yeah, yeah, yeah.

she-loves-you

P     Hoe heet deze band, weet u dat meneer Aalbers?
DW Zijn het de Selvera’s, van die postkoets?
A     Nee, Bob Dylan, het is Bob Dylan.
DW O ja, dat is ook zo.
P     De D op 8. Hoe zit het nou met vraag 2 meneer Aalbers, bent u nog aan het zoeken, let u op de tijd. In welke plaats staat uw verpleeghuis De Nachtkaars?
A     Dat hoef ik niet op te zoeken, dat is Hengelo.
P     Dan moet u bellen!
A     Wie moet ik dan bellen? O, met dat belletje, wat leuk, nou goed hoor.

predik-het-woord

P     De H op 8. Alle vragen zijn nu beantwoord. De tijd is op, dus we gaan meteen aan het woord beginnen. Bent u er klaar voor?
DW Waarvoor?
A     Voor het woord, we moeten van die letters een woord maken.
DW Nou dat zal moeilijk gaan, want het zijn allemaal medeklinkers. En drie keer een H, welk woord heeft nu drie H’s.
P     Maar er kunnen fouten in zitten, begint u maar snel.
A     Mag ik de B van drie.
P     Die is helaas fout.
A     De G van 5.
P     Die is ook fout.
DW Nou, dat gaat lekker.
A     De D van 8
P     Die is helaas ook fout.
A     De S van 4
P     Ook fout.
DW Schiet mij maar lek.
A     De H van 6
P     Die is goed, die komt vooraan.
A     Een goed begin is het halve werk, Miep, doe wat. Ik wil geld zien.
DW Ach, die hebzucht van jou.
P     De tijd is bijna op. Roep wat, snel!
DW Hebzucht!
P     We gaan kijken, draai de letters maar om, ja u hebt het woord geraden, HEBZUCHT.
DW Nou, we hebben het woord in ieder geval goed.
A     De eer is gered.
P     U heeft 1 letter goed, dus u krijgt geen bonus. Ook heeft u veel tijd aan zoeken besteed. U heeft precies 12 punten. Dat is niet veel, maar je weet het nooit. Ik zal de fouten met u bespreken.
DW Ik ga, ik moet plassen.
A     Ik heb zin in een sigaret, ik ga met je mee.
P     Blijft u nu zitten, het is niet nog niet klaar, blijft u nou, meneer Aalbers, nou ja, laat
ook maar, we gaan naar het team uit Hengelo.

niko-pirosmani

Advertenties

2 thoughts on “TWEE VOOR TWAALF

  1. ja ik beweeg heel veel 🙂
    ik snoepte juist bij een biertje in de avond , stukje ouwe kaas en een stuk worst 🙂 ook dat zal er ff niet bij zijn
    ik ga er helemaal voor
    en ik zal in m’n blog wel aangeven wat ik afgevallen ben
    fijne avond groet

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s