STRIPMUSEUM TE ROTTERDAM (II)

1-stripmuseum

 Met de lift naar de tweede verdieping. Door een deur en dan sta ik in een soort groot klaslokaal met daarin zo’n stuk of tien vitrines, plat en groot, en ook een paar hoge. In die vitrines liggen strips, strippagina’s, vergrote pagina’s, stripstroken, vergrote stripstroken, originele stripstroken. Onder ieder object een wit langwerpig kaartje met daarop getypte informatie. In iedere vitrine een of twee grotere kaarten met daarop overallinformatie. Eerst is er aandacht voor de voorlopers van de strip. Max und Moritz van Wilhelm Busch. Die heb ik ook, evenals Die fromme Helene uit 1936. Prikkebeen natuurlijk,  Reizen en avonturen van mijnheer Prikkebeen. De rijmpjes zijn van de 19e-eeuwse J.J.A. Goeverneur, bewerkt naar een verhaal van Julius Kell en de tekeningen van Rodolphe Töpfer. Alleen heeft Goeverneur het wat gekuist en van Prikkebeens (Steckelbein) verloofde Ursula zijn zuster gemaakt, zodat je het verhaal niet meer begrijpt of vermoedt dat er sprake is van incest. Dit is echt bezonken cultuurgoed, ik hoor mijn moeder nog roepen: ‘Zuster Ursula, ziet gij nog niets komen?’ In 1970 is er een ongekuiste versie verschenen: Het geheime huwelijk van Mijnheer Prikkebeen ofwel De ware geschiedenis van Mijnheer Prikkebeen en zijn fiancée Ursula, vertaling Wim Hofman. Die heb ik ook, net zoals een Groningse vertaling van Goeverneur Wonderlijke Raaize van Meneer Prikkebain. En ik heb nog een berijming van een ander verhaal van Töpfer door Gerrit Komrij De wonderlijke lotgevallen van Jubal Jubelslee. Enkele vitrines zijn gewijd aan highlights uit de Nederlandse striphistorie. Toonder met o.a. wat Tom Poesen, de meeste daarvan heb ik ook, alleen de heel oude niet. Mooi zijn die. Kresse met zijn Erik de Noorman, er liggen vijf versies van hetzelfde verhaal, ik heb er vier van. Kresses Indianenverhalen, authentiek en heel goed, liggen verderop in een andere vitrine. Mijn hart maakt een sprongetje als ik het protestants-christelijke  jeugdblad voor gezonde spanning en avontuur Arend zie liggen. Daan Durf nog wel met die blauwe Venusianen. Twee jaargangen had ik, later heb ik die verknipt tot losse verhalen. Zonde natuurlijk, maar ik heb ze nog steeds. Tot mijn genoegen zie ik ook het Engelse voorbeeld Eagle liggen, nog nooit gezien in het echt. Onlangs kocht ik in Kampen op de stripmarkt Arendboek 1 en 2 (€1 per stuk) met compilaties uit de tijdschriften. Ook strips uit andere landen, vooral België. Kuifje met een heel oude Rin Tin Tin au Congo. Dat moet een dure zijn. Sylvia Witteman noemde dat onlangs: onverholen fout en denigrerend. Dat is misschien wel zo, maar je kunt er wel heel erg om lachen.

 7-sjors-en-sjimmie

Via de loopbrug (bruggetje) verder, een gang in. Ik moet pissen en doe een willekeurige deur open. Bingo, de toiletten. Twee deuren met erop een stripfiguur, een mannetje en een vrouwtje. Ik neem het vrouwtje. Dan het tweede klaslokaal in. Nu ook wat themavitrines. De undergroundstrips in Nederland en daarbuiten, Amerika vooral. Het tijdschrift Tante Leny presenteert (Dit jeugdtijdschrift stoort zich niet aan de morele code; Fl. 1,50), ik heb er ook een paar van. Net zoals Zapcomix (Adults Only), Snatch Comics, veel sex en niet helemaal vrouwvriendelijk. En ik zag tot mijn voldoening Hitweek, Witheek, Aloha, subversieve jongerenkranten uit de jaren 60, met heel veel strips en tekeningen. Op mijn zolder moet ergens nog een vuilniszak vol liggen. In een zijlokaaltje een overzicht van de Japanse Manga-strips. Daar heb ik niet zoveel mee, al zijn ze goed getekend. ook weer veel sex en geweld. Wel interessant. En natuurlijk een vitrine voor de nieuwste loot aan de stam de Graphic Novel. Netjes omschreven wat het is en enkele voorbeelden, zoals de meester Will Eisner, Fagan de Jood, en over joden gesproken uiteraard ook Maus van Spiegelman en ook Reves De Avonden van Dick Matena. Ik herken ze, heb zelf een plankvol.

 7-vitrines-stripmuseum

Zo loop ik een beetje te kijken en te lopen en het jammer te vinden dat je sommige strips niet in je handen kan nemen en doorbladeren. Veel mensen zie ik niet. Een oudere man die het lokaal uitglipt naar de loopbrug. Twee dames en later een echtpaar bij de Martin Lodewijk-expositie. Het is er superrustig, wat zeg ik, doodstil, alsof ik in een uitvaartcentrum rondloop. Ik vraag me ineens af voor wie dit museum eigenlijk is bedoeld. Voor oude lullen, zoals ik. Nee toch, een beetje stripliefhebber kent dit allemaal al, sterker nog die heeft het meeste al. De niet-verzamelaar en geïnteresseerde dan? Die zal het zeker leuk vinden, denk ik. Of misschien ter lering ende vermaak voor jonge mensen. Sjefke van Oekel zei het al in zijn strip: jong zijn vind ik meer iets voor de jeugd. Maar die jeugd die leest geen strips meer, die kijkt alleen nog op schermpjes. Die vallen hier staande in slaap, denk ik. Van Rogier kreeg ik onlangs de DVD Blueberry, zeer vrij naar de strip van Giraud, die ook bij de extra’s aan het woord komt, leuk! Er zijn veel stripverhalen verfilmd, ik heb zo’n 15 DVD’s met films naar stripverhalen. Fritz the Cat, Immortels, V for Vendetta, Watchmen, Sin City. Waarom worden die hier niet gedraaid? Waarom niet wat lawaai en reuring, interactieve programma’s , dingen met knoppen en toetsen? Een gemiste kans of bedoelde die mevrouw dat toen ze zei dat het nog niet af is. Ik herinner me ineens dat de website animatiefilms en computer game art beloofde.

9-agent-327

Ik loop naar beneden naar Martin Lodewijk, ook in twee lokalen. Lodewijk is Rotterdammer en (strip)tekenaar. Hij is vooral bekend van de strip Agent 327, een parodie op James Bond. Ik heb er een paar, het is wel grappig, goed getekend ook. Agent 327 (IJzerbroot, Hendrik) wordt meestal vergezeld door een Zwitserse vrouw, uiterst rondborstig maar geen tepels. Ze heet Olga Lawina. Olga Lowina was een jodelende zangeres uit de jaren 70 en lawines komen in Zwitserland voor, snap je het? In de glorietijd van het tijdschrift PEP, jaren 70 en 80, schreef Lodwijk scenario’s voor beginnende tekenaars (Johnny Goodbye) en hij publiceerde zijn eigen strips. Ik was abonnee, dubbelabonnee want ik haalde de PEPs los om de verhalen apart te bundelen. Blook, Ambrosius, de Macaroni’s, de Argonautjes, Kraaienhove, Wellington Wish, Grote Pyr, maar ook verhalen van Kresse, Hermann en andere groten. Het overzicht van Lodewijk is een goed overzicht, hij kan prachtig tekenen en ook heel divers. Veel reclame ook, zal zijn schaapjes wel op het droge hebben. Goed gedaan, de volgende tentoonstelling is Tom Poes, zie ik en besluit ook even naar de kindertuin te gaan. Dus de wenteltrap af. Ik kom in een soort kleuterklas, groepjes tafeltjes met daarop strips, puzzels en zo nog wat. Wenteltrap naar boven en de trap af. De man en mevrouw staan er nog, zal ik gaan evalueren, ach nee, ik schrijf het wel op.

 10-schiedamseweg

En dus sta ik om drie uur weer op straat. Wijnhoven 32. Wat nu? Rogier had het een paar keer over Delfshaven gehad, dat dat  zo mooi was. Waarom niet, nooit geweest, dus op naar Delfshaven. Vanaf Blaak vijf haltes, zie ik. Ik loop naar een futuristisch gebouwtje en wil inchecken. Geen saldo. What the fuck (2x). Een oplaadpunt toont nog €12 saldo. Hoe kan dat nu weer. Navraag leert dat ik bij Station Blaak, NS dus, stond. Ik moet aan de andere kant de metro hebben. Via Beurs, Coolhaven, zonder te vallen, kom ik aan bij Delfshaven. Ben benieuwd, loop naar boven, zie alleen maar donkere mensen, wat nu weer, ik ben in Allochtonië. Een vrolijk straatbeeld, Marokkanen staan te geinen op de straathoek, het terras voor Mc Donald zit vol, hoofddoekmevrouwen lopen met vrolijk huilende kleuters aan hun lange rokken te winkelen. Groentewinkel, haarwinkel, belwinkel, viswinkel. Döner kebab. Restaurant 100% halal. Negers staan te deinen voor een muziekwinkel. Irakezen zijn bezig met vuurwerk, in Bagdad mag dat. Ik denk aan een tv-journaal dat ik pas zag. Een groep mensen liep in optocht in Amsterdam. Ze waren ergens tegen. Of voor, dat weet ik niet meer. Er werd aan een enigszins getinte vrouw gevraagd wie er zoal meeliepen. Dat waren Marokkaanse Nederlanders, Turkse Nederlanders, Surinaamse Nederlanders. En ook, zei ze, Nederlandse Nederlanders. Ik kijk om me heen en voel me een Nederlandse Nederlander. Als de gebouwen niet zo door en door Hollands waren, zou je je in Azië of Afrika kunnen wanen. Ik krijg last van een raar gevoel, het is geloof ik culturele toe-eigening. Ik loop de Spanjaardstraat in, hoge huizen links en rechts, brede straat, in het midden ruimte voor de tram. Ik wil naar de haven, maar loop natuurlijk weer precies de verkeerde kant op. Verkante keer, zou mijn vader zeggen, hoe heet die stijlfiguur ook al weer. Aan een leuk en aardig en hoofddoekloos meisje vraag ik waar de Havenstraat is. Ze wijst me de weg: doorlopen en dan naar links. Ze loopt door en ik ook.  Maar dan komt ze terug en vertelt het nog eens en dat ik niet na het eerste maar na het tweede huizenblok naar links moet. Ik bedank omstandig, multicultureel contact. Wat een leuk en aardig en hoofddoekloos meisje! Maar, bedenk ik, misschien dacht het leuke en aardige en hoofddoekloze meisje dat ze moest laten zien dat ze best wel leuk en aardig waren. Maar misschien ook is ze gewoon een leuk en aardig en hoofddoekloos meisje en ben ik een ouwe witte klootzak die geobsedeerd is door verschillen en tegenstellingen. In ieder geval had ze me prima gewezen (do ist der Haven). 10a-delfshavenDe Voorhaven. Prachtige panden aan beide kanten van het water, ook veel boten. De Pelgrimsvaderskerk. Met plaquettes (plakwettes). Een man en vrouw staan te lezen. Amerikanen. De man spreekt enigszins Nederlands. Hij legt uit dat dit een speciale plek is voor Amerikanen, vanaf hier gingen de founding fathers, de Pilgrim Fathers naar Engeland en vanaf daar met de Mayflower naar Amerika om daar de greatest nation on earth te stichten. Ik loop door, verderop wordt het nog mooier. De Piet Heinstraat waar Piet Hein, onze founding father en roverhoofdman, is geboren of heeft gewoond of is doodgegaan.

 11-delfshaven-pelgrimsvaderskerk

Mooi hoor en nou heb ik honger. 100 % halal? Nee, ik wil opschieten, naar Mc Donalds. Achter de balie staan vijf jonge tot zeer jonge meisjes met hoofddoekjes. Op een groot scherm kan je opgeven wat je wil eten en ook betalen. Wil ik dat wel? Voor je het weet zijn de Amerikanen op de hoogte waar ik ben en erger nog ook van wat ik wil eten, namelijk patat en kipnuggets. Ze hebben sinds april al mijn tien vingerafdrukken al. Het moet niet te gek worden, dus ik loop naar het jongste meisje met een hoofddoekje en vraag of ik ook bij haar kan bestellen. Dat kan. Na het eten moet er traditiegetrouw een toetje komen en wel een Sunday met caramel. Ik loop naar de balie, het is nu drukker, maar het jonge meisje vraagt wat ik wil en ze zorgt voor mijn ijsje. Tot slot naar de wc. Dat gaat zo maar niet. Ik lees op de deur de gebruiksaanwijzing en instructies. Je moet een muntje hebben. Ik kijk om me heen en daar staat mijn jonge meisje al met een muntje in haar hand. Wat een aardig meisje!

 We goan op huus oan.  Metro naar het station. Rechtstreekse trein naar Enschede, vertrek 16.50 uur. Plenty plek. Waar heb ik het aan verdiend, want de vorige keer moest ik met mijn zere poot staan tot Utrecht. Rond zeven uur ben ik in mijn huis in Hengelo, bij Anneke en Bella. Het was een welbestede dag. Ik heb op de bovenste verdieping nog twee kamers leeg staan. Daar ga ik het derde stripmuseum van Nederland openen. Entree gratis.

 12-agent-en-olga-lawina

Advertenties

6 thoughts on “STRIPMUSEUM TE ROTTERDAM (II)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s