BELLAMY? BELLAMY!

titels - kopie (3)

Druk (3x) met dat jonge gezin en die MAVO in Harlingen. Toch dacht ik nog wel tijd over te hebben om er een studietje bij te doen. Nederlands MO-B, nog meer letters. Maar uiteindelijk liet ik me ook verstrikken in cijfers en exactiteit. Er moest namelijk een afstudeerscriptie komen. Op het gebied van de schone letteren. Maar wat, waarover, hoe? Om over het waarom en waartoe maar niet te spreken. Ik had geen idee. Maar ik was wel slim, ik bedacht dat het handig zou zijn een literaire randfiguur, een onbekende en obscure literator te zoeken. In een van de artikelen die ik over de 18e eeuw las, kwam een gedicht ter sprake waarvan men zich afvroeg of dat door Bellamy was geschreven of niet. Bellamy? Bellamy! Bellamy

Bellamy werd geboren in 1757 in Vlissingen. Zijn vader ging al gauw dood en zijn moeder had ook niet veel geld, dus werd hij brood- en koekebakkersknecht. Dat deed hij 10 jaar dus je kon hem wel om een broodje sturen. Maar hij bleek ook aardige versjes te kunnen schrijven. De plaatselijke dominee had daar wel aardigheid in en ijverde voor een beurs, zodat Bellamy de broodtrog aan de wilgen kon hangen en kon gaan studeren. Theologie uiteraard. En dat deed je in die tijd in Utrecht. In 1782 ging hij daarheen. Die theologie vond hij maar niks, maar hij roerde zich behoorlijk in literaire en politieke kringen. Maar zeer tot zijn spijt ging hij in 1786 dood. Mij beviel dat wel. Jong gestorven betekent weinig geschreven en weinig geschreven betekent weinig secundaire literatuur. Wat schreef Bellamy dan zoal? In 1782 verscheen (naamloos!) Gezangen mijner Jeugd, voornamelijk liefdesgedichten voor ene Fillis (Francina Baane uit Vlissingen). In 1783 publiceerde hij Vaderlandsche Gezangen, nu onder een naam, namelijk Zelandus. In die tijd hadden de patriotten mot met de Oranje-aanhangers. Die patriotten heetten ook wel ‘kezen’, naar een van de voormannen Cornelis (Kees) de Gijselaar. Bellamy was (net als de Vlissingse Betje Wolff, die hij kende) een vurig patriot, een echte kees, een provo avant la lettre zou je kunnen zeggen, een twitteraar ook. Maar het Utrechtse klimaat beviel hem slecht, hij had last van jicht en was depressief, en ineens was hij dood. Aan Fillis 1

Aan Fillis 2

Het gedicht dat genoemd werd in mijn secundaire literatuur begon als volgt:

 Aan een verrader van het vaderland

’t Was nacht, toen uw moeder u baarde,
Een nacht, zo zwart als immer was.
Een leger van helse geesten waarde.
’t Gevogelte liet een naar gekras,
Door ’t aklig woud, tot driemaal horen.
De zee werd woedend, klotste en sloeg,
Wat zelfs, tot in de hemelkoren,
De engelen schrik in het hart joeg!
Uw moeder zag u – en het leven
Ontvluchtte aan haar beklemde hart!
Uw vader schrok – stond te beven –
Zeeg neer – overwonnen door de smart,

 en het eindigde met:

Verrader! monster! vloek der aarde!
Vernederend schepsel van de natuur!
Gods wraak, die u tot heden spaarde,
Verdelge u ooit door ’s hemels vuur!

 Jeetje, over wie ging dat wel niet? Wel, niet over de minste, namelijk stadhouder Willem V. Het tijdschrift waarin dit gedicht verscheen (De Post van den Neder-Rhijn) werd natuurlijk meteen verboden, maar wie had het geschreven? Iedereen wees naar Bellamy, maar die keek ook achter zich, gaf niet thuis, even naar Vlissingen. Er verschenen pamfletten van het gedicht dat populair was bij iedereen die niet zoveel op had met de Oranjes en de regenten. Willem V

Dus ik las dat in die secundaire literatuur en er ging een lampje branden, een idee floepte op, een vonk sloeg over of eufemistisch gezegd de bliksem sloeg in. Daar had je mijn probleemstelling: heefti het geschreven of niet?! Daar kon ik een scriptie omheen bouwen. Columbus! Hoe of wat wist ik nog steeds niet, maar ik had mijn schrijver en mijn onderwerp. Aan de slag. Ik begon met waar ik goed in was: verzamelen. Al Bellamy’s werk. Dat was toch nog heel wat. Maar het viel niet mee er aan te komen, want niemand die het nog las. Maar de antiquarische boekhandels brachten soelaas. Uit Bellamy’s Nagelaten Brieven en Papieren (ik hoop niet dat ze mijn papieren nalaten) door Dr. J. van Vloten. Met eene plaat en houtsneden in de tekst. Stamt uit 1878 en kostte toen ƒ1,80. Die eene plaat kun je hieronder zien. bellamy en nog iemandUit 1917 stamde het tweedelige omvangrijke Leven en Werken Van Jacobus Bellamy, door Dr. J. Aleida Nijland, lerares Openbare H.B.S. v. M. te Amsterdam. Lerares voor wie? Voor M. Meisjes besluit ik maar. Deze twee boeken heb ik, in een iets mindere staat, nog steeds. Wie biedt? Ideaal voor mensen met slaapproblemen, succes gegarandeerd. Doe ook maar niet, want ik kwam er achter dat alles en nog veel meer op het internet staat (www.dbnl.org; digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren). Het Leven telt 412 bladzijden en de Werken beslaan 353 bladzijden en nog CLIX bladzijden bijlagen en varia.

Dat gegarandeerde succes lag voor mijn scriptie nog niet zo voor de hand. Ik had mij voor mijn studie uitgebreid moeten verdiepen in Middelnederlands, nieuw Nederlands, historische en algemene taalkunde, Gotisch, generatieve grammatica, sociolinguïstiek, Nederlandse letterkunde vanaf de middeleeuwen tot en met nu, literatuurtheorie. Maar niks over onderzoek, methodisch weken, probleemstelling formuleren, tekst opbouwen, werken met bronnenonderzoek en literatuurverwijzingen, al die dingen die ik later uitentreuren aan mijn studenten probeerde op te dringen. Ik vergeleek voor hen het schrijven van een scriptie met het beklimmen van een berg. Je kunt onder de berg gaan staan, omhoog kijken en denken ‘Daar kom ik nooit op’. Maar je kunt ook gaan kijken en dan een plan maken. Wat heb ik ervoor nodig? Dus voorbereiden. Hoe ga ik te werk? Plannen dus. Hoe deel ik mijn tijd in? Faseren dus. En dan ga je aan het werk, je hebt het materiaal dat je nodig hebt, je doet het eerste stuk, dan het volgende en uiteindelijk sta je op de top en dan denk je: ‘Wat een schitterend uitzicht, zo moeilijk was het niet, ik ben blij dat ik het gedaan heb.’ Nou, vergeet het maar! Ook zei ik tegen ze: ‘Als je klaar bent met je scriptie is de wereld veranderd, je hebt iets toegevoegd.’ Mooi gezegd, maar zo werkt het niet. (Om nog maar te zwijgen over mijn  met veel hilariteit ontvangen vergelijking van de structuur van een scriptie met een Perzisch kleedje, laat maar vliegen, dat vertel ik nog wel eens.)

Ik ging maar eens naar Vlissingen, misschien werd ik daar iets wijzer. Met Anneke. En met de N.S. Dat kon met de trein vanaf Harlingen als je geluk had net op een dag. We hadden geen geluk. Maar Bellamy zou er jaloers op zijn geweest. Het kostte hem een kleine week om met de postkoets en trekschuit van Vlissingen naar Utrecht te reizen. En andersom ook. Vandaar dat hij niet ieder weekend thuis kwam en Fillis zich bevredigd moest houden met de stroom brieven en gedichten. In Vlissingen dook ik het archief van de gemeente in. Ik vond daar interessante zaken waar ik absoluut niets aan had en die vaak ook al in de aangeschafte boeken stonden. Ik maakte wat kopieën en Anneke en ik wandelden maar eens wat. Bij voorbeeld door het Bellamypark. Hetzelfde park waarvan het groen toen ik er op 08-08-2016 toevallig langsreed vervangen bleek door flaneerbeton.

Ik verklaarde de fase van het verzamelen voor gesloten en ging aan het werk. Het was wel duidelijk dat ik geen sensationele ontdekkingen zou doen over het auteurschap van het gedicht ‘Aan een verrader van het vaderland’. Dus moest het anders. Close reading was in die tijd in opkomst, dus dat ging ik doen. Niks te maken met de auteur, biografie en context, alleen de tekst is van belang. Ik ging eerst het gedicht maar eens close readen. (Pappa, wat ben je aan het doen, vroeg mijn dochter). De inhoud, de ideeën, zinsconstructies, woordkeus, stijl, zinswendingen. Als ik daar nu eens een format van kon maken en daarna zijn andere werk net zo close readen, dan kon ik misschien gelijkenis zien. Of Niet. Het was een heel werk, maar ik had wel het idee dat ik druk was. Tellen, inventariseren, rubriceren, percentageren. Vaak dacht ik: ‘Ik wou dat ik een computer had.’ Maar ja, 1973 hè. Ik begon de scriptie met een overzicht van Bellamy’s Leven en Werk. En zijn ideeën. Toen de probleemstelling en toen de uitwerking. In het midden had ik een aantal bladzijden met overzichten en kolommen aan elkaar geplakt, je kon het openklappen, het zag er echt heel gedegen en wetenschappelijk uit. Om een lange scriptie kort te maken, ik kwam tot de conclusie dat Bellamy het gedicht en pamflet ‘Aan een verrader van het vaderland’ wel degelijk had geschreven. Of niet. Ik weet het eigenlijk niet heel zeker meer, want ik heb nergens meer een exemplaar van mijn scriptie liggen. close readen

Dit alles deed ik op eigen houtje. We hadden wel een scriptiebegeleider toegewezen gekregen, maar ik ben nogal een alleenganger, toen en nu nog, bovendien zat ik in Harlingen en die begeleider in Groningen of daaromtrent. De voorlaatste versie van mijn scriptie-ei stuurde ik naar mijn begeleider, ik meen dat het de taalkundige Schmidt was. Die kon niet veel anders doen dan me per kerende post veel twijfel over te brengen en geluk te wensen. Het examen kwam er aan. Ik moest mijn scriptie verdedigen tegenover twee mij onbekende mannen, van wie er één ook de beoordelaar van de scriptie was. De twee mannen zaten te gniffelen. Wat bleek. Ik had mijn scriptie met de hand geschreven en daarna naar een bevriende dame gebracht die alles zou uittikken. Vervolgens heb ik, omdat de tijd drong, er meteen een doos vol van laten drukken. Deze zelfde doos met dezelfde inhoud heb ik jaren later bij het oud papier gezet. Kennelijk zonder er een voor mijzelf uit te halen. Dus, wat bleek. De bevriende tikdame had in haar onbegrip overal waar ik ‘orangist’ had geschreven ‘organist’ getikt. Daar hadden die twee dus danig lol om. Ik lachte maar een beetje mee. Ze vroegen me het een en ander over Bellamy en zijn werk en mijn werkwijze. Ze betwijfelden of die werkwijze wel methodologisch verantwoord was en tot wetenschappelijke resultaten kon leiden. Ik twijfelde met hen mee. Uiteindelijk kreeg ik een zes. Voor de moeite. En voor de organist. Behalve de twee mannen en mijn zwager Henk, hoogleraar in Groningen, heeft niemand ooit de scriptie gelezen. Henk zei: Je verwacht het requisitoir en je krijgt het politierapport. Nu ik er nog eens over nadenk, zou het ook kunnen dat die doos nog op zolder staat. Als dat het geval is, stuur ik al mijn volgers een exemplaar. Maar dan moeten ze wel 29 keer ‘organist’ in ‘orangist’ veranderen.

 

Advertenties

One thought on “BELLAMY? BELLAMY!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s