GEWOONTEGETROUW

markt De mens is een gewoontedier. De oude mens hecht aan regelmaat. Ikzelf ben een verre achterneef van de heer Asperger. Op de markt kwam ik een oude man tegen bij de kraam van de groenteboer. Hij stond daar wel vaker en ik ook. We moesten wachten en raakten in gesprek. Over de geneugten van over de markt slenteren en naar de mensen te kijken. De soms geslaagde pogingen tot humor van de marktkramers. De verse waar, de prijs. Ik vroeg hem hoe het oude man zijn hem beviel. Nou, dat ging nog wel. Hij had de tijd en deed dus alles op zijn elfendertigst. Alleen die sleur, alles ging maar zijn gangetje en hij kon soms de dagen van de week niet uit elkaar houden. Regelmatig vroeg hij zich af: Is het vandaag nu dinsdag of woensdag? Ik was stomverbaasd, stupéfait, flabbergasted. Voor mij is iedere dag anders.

Maandag was tot voor kort Mariekedag. Marieke stormde elke maandagochtend het huis door met emmers, doeken en bezems. Maar toen werd ze zwanger. Nu is de maandag voor mij stofzuigdag. stofzuigenIk zuig stof, terwijl Anneke met doekjes in de weer is. Eerst zeul ik de stofzuiger naar beneden, Elektrolux, Ergospace. Cogito ergo space. Ik begin met voor en achter van de huiskamer. Dat lukt net met één snoer. Marieke heeft eerder bij de thuiszorg gewerkt. Daar heeft ze geleerd, dat ze afgestofte, schoongemaakte en gezogen voorwerpen of meubels iets anders moet terugzetten, dan zien ze dat ze er is geweest. Dat doe ik nu ook. Mijn stofzuigkunst wordt nu alom geprezen. Een van mijn zusjes moest eens stofzuigen, omdat mijn moeder ziek was. Ze zat net een mooi boek te lezen. Dus ging ze al lezend zuigen. Dat lukte niet zo erg. Toen ging ze maar zitten lezen, terwijl de stofzuiger bleef loeien. Zo dacht mijn moeder, die boven lag, dat ze hard aan het werk was. Na de huiskamer stofzuig ik de keuken, de bijkeuken, de wc, de gang en het halletje. Dat lukt me niet met één snoer, dus die moet halverwege naar het stopcontact van de wc. Ook moet ik de borstel vervangen voor de vloerbedekking in de gang. Daarna scharrel ik zuigend de trap op. En boven van hetzelfde laken een pak. Uit en thuis zo’n 45 minuten.

GustavDinsdag is bakkerdag. Als ik de Volkskrant uit heb, ga ik op pad. Dinsdags heb je de Volkskrant altijd gauw uit. Ik heb daar wel eens een brief over naar de Volkskrant gestuurd. Ik kreeg toen van mister Chris Buur himself per kerende post een e-mail. Hij zei dat het allemaal best wel meeviel. (Zie ook de bijlage.) Ik pak dus de fiets en rijd naar de stad. Eerst loop ik even bij boekhandel Broekhuis, de beste boekhandel van Nederland, binnen om te kijken of er nog iets bijzonders ligt. Dan loop ik naar bakker Gustav, die zo’n 80 meter verder zit. brand GustavEerst zat Gustav behalve in de stad ook vlak bij ons, op de Krabbenbosweg, maar op een dag brandde deze bakkerij af en uit en er kwam geen nieuwe bakker Gustav, maar een woonhuis voor in de plaats. De overgebleven bakker Gustav, in de stad dus, is de beste bakker van Hengelo, misschien wel van heel Twente. Sinds kort kun je er ook koffie drinken, maar dat doe ik nooit. Ik ga er elke dinsdagochtend heen en dan ligt het brood al voor me klaar. Eén panda en één procorn. Die panda was voor Anneke in verband met een destijds geringer kauwvermogen, met name bij de korstjes. Dat probleem is verholpen, maar de bestelling niet. Het blijft één panda en één procorn. Behalve de twee broden koop ik ook altijd twee advocaatjes, maar die bestel ik niet. Advocaatjes zijn taartjes, de lekkerste taartjes die er bestaan, vinden Anneke en ik. Veel slagroom, een toefje advocaat, opstaande randen van marsepein, nog lekkerder dan die uit Lübeck, en binnenin romige cake. Soms moeten deze advocaatjes – of als er nog één ligt één – gemaakt worden, maar dat duurt nooit lang en intussen kijk ik wat rond. Naar het lekkers dat in de winkel ligt of buiten langskomt. De mevrouw die het brood en de advocaatjes op de toonbank legt vraagt altijd: Wilt u er een tasje bij? En ik zeg dan altijd: Nee, dank u wel, ik doe het wel in mijn fietstas. Soms zeg ik er als grapje bij: Daar zijn ze voor. Dan lacht de mevrouw begrijpend. Tot slot vraagt de mevrouw altijd: Wilt u de bon meenemen? En ik zeg dan altijd: Ja graag. Want als je voor € 250,- hebt gekocht, mag je om niet een kleine taart uitzoeken. Dus 250 gedeeld door 8,95 is 29, dus zo twee keer per jaar eten Anneke en ik gratis taart. En als er iemand langs komt dan krijgt die ook wat. Het gebeurt wel eens dat een mevrouw voor mij geen bon blieft. Dan vraag ik: mag ik hem? Dan hebben we iets eerder gratis taart. Ik heb wel eens bedacht dat ik buiten bij de deur moet gaan staan, net zoals kinderen bij de supermarkt, en aan iedereen die eruit komt vragen: Mag ik uw bon? Maar daar ben ik geloof ik iets te oud voor. Als ik thuis kom haalt Anneke vier sneetjes brood uit een van de zakken en de rest gaat in de diepvries. De advocaatjes eten we ’s avonds na het journaal op bij de thee.

TwentebadOp woensdag ga ik zwemmen in het Twentebad, van 11.45 uur tot 12.45 uur, dan is het redelijk rustig, behalve in de vakanties, dan ga ik niet. Ik ga me uitkleden in de hokjes rechts, het een na eerste hokje. Mijn kleren doe ik dan in de locker, nummer 323. Eerst deed ik ze in nummer 321, maar omdat die soms bezet is, doe ik ze nu altijd in 323. Ik duik met een mooie boog in het water en ga zwemmen. Drie keer 20 minuten. Die 20 minuten zijn onderverdeeld in twee keer 10 minuten. De eerste 10 minuten van de 20 minuten zwem ik gewoon de schoolslag, de tweede 10 minuten zwem ik twee keer vijf minuten hetzelfde: twee keer op de rug heen en schoolslag terug en de derde keer crawl en ook schoolslag terug. Bij elke schoolslag komen mijn hakken keurig tegen elkaar, zo heb ik het 60 jaar geleden geleerd. Tussen de 20 minutenrondes, dus twee keer, rust ik even. Dan kleed ik me weer aan in het op een na eerste hokje rechts, maar omdat ik dan van de andere kant kom, is dat precies tegenover het hokje waar ik mij van mijn kleding ontdeed.

Bibl EnschedeDonderdags pak ik ’s morgens om een uur of 11 al mijn spullen die ik van de bieb heb geleend. DVD’s en/of BR’s. Boeken. CD’s. Vervolgens noteer ik in een schrift wat ik heb gelezen en gezien, de films noteer ik ook met datum in een filmoverzicht. Dus als je me vraagt of ik een bepaalde film al gezien heb, moet ik de regisseur weten en dan kan ik zien of ik hem gezien heb, wanneer, eventueel hoe vaak en wat ik ervan vond. Bijvoorbeeld Magnolia van Paul Thomas Anderson: gezien juli 2000 (met Sandra en Rogier in Groningen, Rogier wou in de pauze opstappen want hij vond er geen zak aan), april 2002, januari 2004 en augustus 2005, prachtige film, geweldige Tom Cruise, ik wil hem nog wel eens zien. Dus een handig systeem dat al vaak zijn nut heeft bewezen. Van voor 1989 heb ik echter geen gegevens. Dan pak ik de iPad en klik op de app’s van de bieb en de Muziekbank om te kijken of bepaalde boeken/CD’s die op mijn onthouden- of reserveringslijst staan er zijn of ik zoek titels op die ik eerder bij het lezen van de krant, gids of tijdschrift heb opgeschreven. Rond kwart voor twee rijd ik dan naar Enschede, meestal met de auto, maar ’s zomers ook wel op de fiets, maar sinds mijn fiets die ik daar had neergezet en per ongeluk niet op slot had gedaan, is gestolen, ben ik nog niet op de fiets geweest. Om twee uur gaan de slagbomen van het parkeerterrein van de Hogeschool Saxion, waar ik 34 jaar heb gewerkt, open. De eerste harde werkers zijn dan al vertrokken en de middag- en avondcursisten zijn er nog niet, dus dan vind ik bijna altijd wel een parkeerplaats. Als ik dan een bekende of ex-collega zie, roep ik: Bedankt voor de gastvrijheid. In de bieb zoek ik eerst films en series en daarna al dan niet spannende boeken en registreer die bij een digitaal systeem. De schijfjes moet ik echter bij de balie halen, omdat ze anders gejat worden. Onderwijl maak ik dan een praatje met de mevrouw, die weet hoe ik heet en die de gekozen schijfjes becommentarieert. Ze zegt bijvoorbeeld dat ze Broadchurch 2 zo mooi vond. Als ik dan vraag of ik die ook kan zien of dat ik beter eerst Broadchurch 1 kan meenemen, zegt ze dat ze denkt dat Broadchurch 2 zonder Broadchurch 1 gezien te hebben, misschien minder mooi is. Vaak liggen er reserveringen die soms helemaal uit Zwolle zijn gekomen. Een keer zei een jongste bediende tegen een jongen van een jaar of tien die een boek niet geregistreerd kreeg: Jij bent te jong om dat boek te lezen. Ik zei toen: Je bent nooit te jong om een boek te lezen. De mevrouw van de balie met wie ik vaak een praatje maak was het met me eens. Tegen half vier ben ik dan weer thuis, net op tijd om de wekelijkse ananas te slachten. Daarna ga ik mijn buit bekijken en beluisteren.

boodschappen doenVrijdag is boodschappendag. We gaan dan na drieën boodschappen doen, maar het is wel de hele dag boodschappendag. Ik zeg niet ’s middags na drieën, want jullie snappen wel dat ik niet midden in de nacht boodschappen ga doen. Hoewel, toen we in Moskou waren, zei de gids dat in de buitenwijken de supermarkten ’s nachts open en dan goedkoper waren om de klandizie te spreiden. Tot voor kort gingen we altijd naar de C1000, maar die is verhuisd naar het nieuwe Plan Zuid van Hengelo en is een enorme Jumbo geworden. Dus gaan we nu naar de enorme Jumbo. De Jumbo is de hele dag even duur, maar ze zegt zelf dat ze de goedkoopste is. Om de paar weken gaan we naar de Aldi, die is ook verhuisd en zit nu naast de Jumbo. Van kleinste Aldi van Nederland is het nu de grootste Aldi van Twente geworden. Uit de hele omgeving tot wel aan Haaksbergen toe schijnen er mensen naar dit plein te komen. Dat zei meneer Kreek van de dierenwinkel, die ook is verhuisd en voor zijn oude pand een miljoen van de gemeente heeft gekregen. Om de paar weken halen we bij Kreek voer voor Bella en een paar botjes. Kreek maakt graag een praatje. Zijn dochter doet verpleegkunde bij de ROC, wat zij allemaal niet te zien krijgt, nou dat valt niet mee. Ook met zijn vrouw is iets. Dat Bellavoer lieten we eerst via internet bezorgen, 15 kg Royal Canin, boven de € 50,- gratis thuisbezorgd, maar nadat Bella last van haar poot kreeg en de dierenarts vond dat ze weer puppyvoer moest eten voor de nodige kalk, kopen we bij Kreek Prins. Dat is nog goedkoper ook. Maar die botjes dat is niks, Bella eet ze alsof het snoepjes zijn. Als je iets substantieels wil, kom je op een stuk van een gewei of een stuk neus van de neushoorn. Maar dat is nogal prijzig. Na de boodschappen, soms ook nog het Kruitvat en de apotheek, zijn we allebei moe en dus koken we dan geen eten, maar eten we soep of een ei of een kroket en ik ook heel vaak Paella van Iglo.

Op zaterdag ga ik naar de markt, aan het eind van de morgen en dan praat ik met oude mannetjes. Bij de groentekraam. Ik koop daar voor vier dagen groente: wilde spinazie, sperziebonen, bietjes, witlof, spruiten of paksoi. En soms rabarber. Of stoofperen, twee kilo, dat zijn meestal 15 of 16 stoofperen, die ik zondagsmorgens schil. De visboer staat bij de beren die Hengelo moeten opstoten in de vaart der volkeren. Bij de visboer koop ik moten gerookte zalm voor bij de spinazie (ik kook op zaterdag) en twee haringen en twee brado’s. De visboer lijkt op een Turk, hij kent mij wel en probeert altijd een grapje te maken. Hij zegt: Gerookte zalm? Bij de brado’s zegt hij: Drie brado’s zijn 3,75. Dan zeg ik: Ja, maar ik hoef er maar twee. Hij zegt dan: Ja, dat dacht ik al. Bij de kaasboer koop ik ouwe snijdbare voor Anneke en ricula, fenegriek of emmentaler voor mijzelf. Soms een speciaal kaasje, Passendale of Kernheim. Het is bij deze kaasboer altijd heel druk, behalve in de herfstvakantie, en ze helpen met zo’n vier of vijf mensen. En die vragen altijd: Zin aan een plakje? En ik zeg dan altijd: Ja lekker. Heel soms zeg ik: nee dank je, ik heb net een haring op. Dan lacht de kaasverkoper en zegt: Ja dat gaat niet samen hè. Bij Arend, de fruitboer, is het ook altijd druk. Ik koop druiven als ze er zijn, mineola’s of kaki’s en rode bessen voor Anneke. Iedere week een ananas en twee bakjes aardbeien, die zijn er het hele jaar door. Als de jongen mij helpt, zeg ik niet twee aardbeien want dan pakt hij er om grappig te zijn twee. Alle marktkramers zeggen om het klantcontact te beëindigen: Bedankt en een fijn weekend. Alleen de vrouw van de fruitkraam zegt: Een goed weekend. Wat is er mis met prettig? Ik vind fijn een rotwoord. Vroeger noemde je mensen die heel erg christelijk waren fijn. Dan zeiden ze: Die en die die is zo fijn als gemalen poppenstront. De meeste mensen antwoorden: Ja, jij ook he. Of: Van hetzelfde. Ik zeg altijd: Ja hoor. Met een bos bloemen in de hand en de boodschappen in de volle fietstassen rijd ik dan naar huis, waar Bella mij bij de tuindeur kwispelend opwacht. Eén keer deed ik nogal lang over het uitpakken in de keuken en toen had Bella het vispakket uit de fietstas gepeuterd en ze lag met brado’s en al in het gras. Ze heeft toen wel vier nieuwe woorden geleerd.

Zondags doen we niks. Niks bijzonders bedoel ik. Dus dan weet ik dat het zondag is. En dan komt de maandag weer, stofzuigdag. Een volgende keer zal ik eens vertellen, hoe ik mijn dagen verder doorbreng.
___________________________________________________________________________

BIJLAGE

Van: Koos Stomp
Verzonden: dinsdag 26 mei 2015 16:19
Aan: VK Brieven
Onderwerp: V OP DINSDAG

V OP DINSDAG
Dinsdag is maar een niksige dag. Men zegt wel dat de naam is afgeleid van het Germaanse ‘dingsdag’, de dag van de rechtsgedingen, dat zegt genoeg, geen leuke dag. Maandag is een duidelijke dag, eerste dag van de week, je komt weer op gang, weet wat je er aan hebt. De woensdag is een geweldige dag, rechtschapen, de week vordert en ik ga lekker zwemmen. Enzovoort. Ik kom hier op, omdat ik het tweede katern V van de Volkskrant op dinsdag maar niet kan duiden. De rest is niet moeilijk. Op maandag bespreekt V de concerten en voorstellingen die we niet gehoord en gezien hebben. Woensdag is muziekdag, recensies en de introductie van een nieuwe popartiest, van wie we nog nooit gehoord hebben en van wie we ook nooit meer iets zullen horen. Donderdag filmdag, goeie krant, donderdag. Vrijdag beeldende kunst, je moet er van houden. En zaterdag Sir Edmund, mijn favoriet. Ik bewaar hem altijd tot zondag, genieten geblazen. Maar V op dinsdag, ik weet het niet, ik vind het maar wat niksig.
Koos Stomp
Hengelo

Van: VK Brieven
Verzonden: dinsdag 26 mei 2015 16:29
Aan: Chris Buur
CC: Aimée Kiene
Onderwerp: FW: V OP DINSDAG

RE: V OP DINSDAG
Beste Koost Stomp,
Dank voor uw aanmerking op de wat niksige V Dinsdag. Ik kan uw redenatie volgen, maar ben het er niet helemaal mee eens, natuurlijk.
V wil elke dag een mix bieden van vaste elementen en verrassingen. Zoals je op donderdag de filmrecensies aantreft en woensdag de muziek, zo hebben we op dinsdag al een tijd de interviewreeks over Afkomst door Robert Vuijsje, sinds eeuwen mijn favoriete rubriek Dit ben ik, en een keer in de twee weken de kunstcolumn van Joost Zwagerman. Ieder zijn meug, maar niksig lijkt het mij nou ook weer niet.
Maar je kan ook een stuk over voeding, media, lesbische personages, het songfestival of, zoals volgende week, over het gekmakende toeristengehalte van Brugge aantreffen. Zo willen we de mix voor zoveel mogelijk mensen interessant houden. Dat we daar klaarblijkelijk op zijn minst in het geval van één persoon in slagen vind ik natuurlijk jammer – ik zal niet rusten voordat we iedereen erbij hebben, uiteraard. Al zal ik natuurlijk nooit helemaal zeker weten of we daar ooit in zullen slagen. Maar tot die tijd weet u in elk geval een beetje wat de gedachte erachter is.
Met vriendelijke groeten,
Chris Buur
Chef V (en, hoera, en dank voor het compliment, ook de Sir Edmund)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s