STUDEREN IN AMSTERDAM (1)

Als een kind zich in een sterk resonerende ruimte bevindt, bijvoorbeeld in een badkamer of onder een viaduct, dan heeft hij onmiddellijk in de gaten dat het loont een grote keel op te zetten. Als ik in mijn jeugd in een bepaald vertrek was, kon ik onmiddellijk de stofgraad bepalen en voorspellen of ik zonder ademnood daar de nacht door zou kunnen brengen. Talloze logeerpartijen in ongebruikte kamers vol met oude dekens, matrassen, gordijnen en liefst enkele antieke kapokkussens hadden mijn gevoel voor lijfsbehoud gescherpt. Dat een allergietest uitwees dat ik overgevoelig was voor huisstof was derhalve nauwelijks een verrassing. Nu hadden wij thuis een winkel voor woninginrichting, hoewel ik op de vraag wat mijn vader deed aanvankelijk altijd zei: behanger. Zo had ik het begrepen. Ik was de enige zoon, maar het overnemen van deze handel werd mij van jongs af aan door mijn moeder ontraden (evenals aan de zee gaan wonen), want dan zou ik dagelijks moeten verkeren tussen karpetten, rollen gordijnstof, dekens, matrassen, tapijten, kussens en bergen kapok in de werkplaats. Daar een andere beroepskeuze totaal buiten mijn horizon viel, ging ik na de ulo maar naar de Kweekschool. Daar vond ik het wel grappig, maar na drie leerkringen in vijf jaar (twee jaar niveau opkrikken, twee jaar voor onderwijzer, een jaar voor hoofdonderwijzer) stond ik weer voor dezelfde keus. Mijn neef Frits met wie ik veel optrok, studeerde psychologie aan de VU in Amsterdam. Hij had daar wel lol in en raadde mij het ten zeerste aan. Dus besloot ik ook te gaan studeren, aan de VU, in Amsterdam. Maar wat? Met een diploma Kweekschool had je niet veel keus. Pedagogie, psychologie, onderwijskunde, ik geloof ook sociologie. Ze dachten zeker dat we daar op de Kweekschool goed op voorbereid waren. Vanzelfsprekend werd het dus psychologie. Mijn moeder vond het maar niks. Ze wist nog minder dan ik wat het inhield. In de bijbel werd er niet over gesproken, maar daar werd wel gewaarschuwd tegen het onbevoegd  wroeten in de ziel, het aanroepen van geesten, kwalijke bovennatuurlijke praktijken en andere hocus pocus.

IMG_20150828_0001Studeren in Amsterdam, dat werd het dus. Ik had daar nog niet zo’n voorstelling van, wel begreep ik dat je dan geld moest hebben, je moest ergens wonen, waarschijnlijk moest je ook boeken kopen en college lopen. Ook zou het wel handig zijn als je een goede introductie kreeg, zodat je de medestudenten en de docenten leerde kennen. En je kon lid worden van een studentenvereniging, dat was Frits ook. Je moest dan veel bier drinken, waartegen ik toen niet al teveel bezwaar had. Het lullige alleen was dat de mensen van de Kweekschool of de over hen gestelden in hun grote wijsheid hadden besloten dat het examen van de hoofdakte na de zomervakantie, dus in september zou plaatsvinden. Dat was niet handig. Dat werd in de zomervakantie studeren. Frits was vrij. Hij kwam mij ondersteunen, zo konden we ons toch wat voorbereiden op het studentenleven. En bier drinken. Dat gebeurde op mijn kamer aan de Graaf Bentincklaan in Ede. We zaten daar te lezen, we kletsten over het leven, hoe het was en vooral hoe het worden zou en ik bereidde me voor op het examen. We luisterden naar de langspeelplaten die ik had, voornamelijk klassiek. Beethoven, Berlioz, Brahms, Bach en meer componisten die met een B begonnen. Een pilsje erbij was gezellig en stimulerend en vooral ook voorbereidend. Maar die pilsjes groeiden niet aan de boom, we moesten die kopen en we hadden niet veel geld. En het moest niet al te veel opvallen. We hadden daar een feilloze strategie voor ontwikkeld. indexWe gingen naar mensenvriend De Gruyter, die verkocht halve liters voor bijna geen geld, flessen want blikjes had je toen nog niet zo. We kochten een tas vol en fietsten weer naar de Graaf Bentincklaan. Thuisgekomen moest je met je fiets in de richting van de voordeur en dan om het huis heen de tuin in. We zetten de tas voor de voordeur en gingen luidruchtig de tuin in naar het fietsenschuurtje. Mijn vader was altijd in de winkel, maar mijn moeder was wel eens thuis. We maakten een praatje, dronken een kop thee en vertrokken naar boven om te gaan ‘leren’. Via de hal, heel voorzichtig de voordeur opendoen, de tas pakken, niet rinkelen en naar boven. We dronken wat voor het eten en de rest was voor ’s avonds. De muziek werd dan steeds mooier, we draaiden soms zelfs muziek van een componist die met een M begon. De gesprekken werden geanimeerder en we moesten tamelijk vaak naar de wc. Mijn ouders gingen op een gegeven moment naar bed en wij bleven nog even praten. We waren nu onderdrukt stil, moesten steeds vaker pissen, borgen de flessen voorzichtig rinkelend op en verkeerden in de veronderstelling dat dit alles onopgemerkt bleef.

Het werd september, ik deed op 15 september 1965 examen, slaagde, mocht me dus bevoegd hoofdonderwijzer noemen, maar ik ging liever naar Amsterdam. Daar konden we ons leventje voortzetten en hoefden we niet meer heimelijk te doen en konden we rinkelen wat we wilden. Maar dan moesten we wel een geschikte kamer of kamers of adequate woonruimte hebben. In Amsterdam! Waar honderden eerstejaars studenten aan de VU en de GU al vanaf het voorjaar een kamer hadden lopen zoeken. En hadden gevonden. En wie niks had gevonden, moest doorzoeken en heen en weer reizen of in het park slapen en daar kwam ik dan ook nog bij. Tegen beter weten in en met de moed der wanhoop gingen we dus op kamerjacht. Frits had een kamer aan de Jacob van LennepstraatJacob van Lennepstraat, nummer 282, 4-hoog, vlak bij de Kinkerstraat. Maar als we voor ons samen iets konden vinden dan gaven we daar de voorkeur aan. Dus kranten lezen, naar studentenbureaus, kamerbemiddelingsbureaus, contact zoeken met studenten die Frits kende, wie er nog wat wist. We gingen naar Osdorp om een kamer te bezichtigen. Osdorp, een steenwoestijn, Amsterdam was ver te zoeken. Het was een aardige maar prijzige ruime kamer op driehoog. We vroegen aan de man die ons rondleidde of we er ook met zijn tweeën in zouden kunnen trekken. Hij keek ons ongelovig aan. ‘Met zijn tweeën? Nee dat zal niet gaan.’ Frits’ oudere broer Karel studeerde ook in Amsterdam, natuurkunde. Karel ging ’s avonds naar zijn stamcafé en raakte aan de praat met een vage kennis. Die kennis die woonde in Osdorp. Hij vertelde Karel: ‘Vanmiddag waren er nog twee homo’s aan de deur, die wilden met zijn tweeën mijn kamer huren. Moet je je voorstellen, vlak naast mijn slaapkamer.’ Ze hadden er met zijn tweeën smakelijk om gelachen. Later vertelde Karel ons dit verhaal. Wij konden er minder om lachen. Ook omdat we nog steeds niks hadden gevonden. Maar toen kon ik een kamer krijgen aan de Overtoom, nummer 114, 4-hoog. Een zolderkamer. Lekker centraal, een mooie en rustige kamer, de hospita zelf woonde tweehoog, daar was ook de wc. Maar er was een wasbak. De Jacob van Lennepstraat was heel niet zo ver daarvandaan. En toen zagen we het licht, een Eureka-moment. Waarom niet, heel deftig, een aparte slaapkamer en een aparte huiskamer. Dat die van elkaar gescheiden waren door vier trappen af, vijf minuten lopen en dan vier trappen op (of andersom natuurlijk) dat was niet zo’n groot probleem.2ehands strips ’s Avonds gingen we toch naar de kroeg of naar de film (de Uitkijk!) of zo. En van de huiskamer naar de slaapkamer kwamen we ook nog eens langs een kroeg (en andersom ook trouwens) en in de Jacob van Lennepstraat ook nog eens langs een sexwinkeltje waar ze tweedehands strips (Dick Bos) verkochten.

OvertoomHet was een goed plan. Uitvoerbaar, met alleen maar voordelen. De nadelen bleken pas later. Als ik bijvoorbeeld als eerste in de huiskamer kwam en zag dat Frits de avond ervoor een feestje had georganiseerd. Ook een vriendin ontvangen kon wat lastig zijn, zeker als je donkere bijbedoelingen had. Maar in de grond was het een goed, sociaal arrangement. En betaalbaar. Het geld hiervoor kreeg ik van mijn vader. Toen hij doorkreeg dat ik ging studeren, bedacht hij dat ik dan ook geld nodig had. Hij vroeg aan Frits, die een beurs had, hoeveel hij kreeg. Frits zei: ‘Drieduizend gulden.’ ‘Dan krijg jij dat ook’, besliste mijn vader. Had Frits nu maar vierduizend gezegd! Van mijn moeder had ik een vierkantige, zware elektrische pan gekregen. Daarin kon je water koken voor de koffie. En je kon soep maken of andere vloeibare maaltijden. Als we geld hadden aten we bij de mensa. Later bleek ik er ook op te kunnen koken getuige een geruststellende brief die ik op 26 oktober 1965 stuurde aan mijn ouders, die door Amerika reisden om wat familie te bezoeken:
“Frits is op het ogenblik een tentamen doen waarvoor hij erg bang was. Mijn eerste tentamens vallen pas in januari, maar ik moet wel veel meer college lopen dan Frits. Ook moet ik nog flink studeren. Ik heb voor ± 100 gulden boeken gekocht , waaronder een paar pillen in het Engels, wat in het begin nog niet meevalt. Het koken gaat tegenwoordig ook goed. Zondag heb ik zelfs vlees gebraden. We aten om de dag toe een grapefruit of yoghurt. Maar de laatste keer kostten de grapefruits ƒ0,55 per stuk. Nu eten we iedere dag yoghurt. Als groente eten we meest uit blik, maar ook wel verse bloemkool of wortels. Van Tom kregen we twee blikken oploskoffie wat goed uitkwam, want dat spul verslinden we.”

Pieters bierVaak aten we echter uit geldnood dagenlang brood met pindakaas. Kroegbezoek was dan uitgesloten, we kochten het meest goedkope bier dat we konden vinden. ‘Bier van Pieters, drink het met liters.‘ Soms hadden we baantjes om wat geld bij te verdienen. Ik werkte een paar weken bij de Frieslandbank, Frits bij een rijwielenbewaarplaats. Ook werkten we bijna vier weken bij ‘Wat het ook zij, Luycks hoort erbij!‘. In noodgevallen liftten we naar Ede om daar weer wat bij te tanken.

arbeiderspasIedere donderdagavond ging Frits naar een verplichte bijeenkomst in de stamkroeg van zijn studentenvereniging Boreas, wat Noordenwind betekent. Een dispuut heette zo’n club en officieel zelfs een Oratorische Vereniging. De verplichting betrof het sociale aspect van het gezellig samenzijn, want er werd alleen maar gedronken, gepraat en gebiljart. Ofwel men zat in groepjes te toepen, klaverjassen of bridgen. Alle disputen vielen onder een moedersociëteit met de naam L.A.N.X. aan de Korte Leidsedwarsstraat. Die puntjes horen erbij, het is een afkorting van iets Latijns, zoals bij die clubs gebruikelijk was, wat ‘Waar de dorstige leeuw zich laaft‘ betekent. Dat was dus zeer van toepassing op mijn sterrenbeeld, en inderdaad, het kon er heel gezellig worden. Maar dan moest je wel lid zijn, lid van het corps, ingewijden spraken van het sorps. Wat moest je daar voor doen? Je moest voorspraak hebben, maar dat was geen probleem, want ik had Frits en Karel. En je moest ontgroend worden in de zomer voor je begon. Dat betekende dat je kop werd kaalgeschoren en dat je alle vernederingen moest ondergaan die de ouderejaars konden bedenken. En daar begon dus mijn probleem, ik moest me die zomer voorbereiden op mijn hoofdakte-examen en kon daar geen ontgroening bij hebben. De zaak werd aanhangig gemaakt bij het bestuur van O.V. Boreas, waar Karel als heel ouderejaars mijn geval bepleitte. De uitkomst was een soort Salomonsoordeel. Ik kon gastlid worden, wat een unicum en noviteit was. Ik was dus de eerste en waarschijnlijk ook de laatste met deze status. Ik kon aan alles meedoen. Maar ik moest wel een kennismakingsbezoek afleggen bij alle bestuursleden. Het jaar daarop zou ik dan alsnog ontgroend worden met alles erop en eraan, dus ook de kale kop. Een en ander werd mij in een brief door de ab actis (secretaris) medegedeeld. Ik vond het allang best, wie dan leeft wie dan zorgt.

brief BOREASDus elke donderdagavond bierdrinken en toepen in onze stamkroeg aan de Overtoom. Tegen middernacht riep de barman steevast: ‘Tijd voor de gebreide broeken’ en dan moesten we weg. Soms naar huis, maar meestal verder de stad in. Ik op mijn gammele en rammelende damesfietsje, waarvan je nog vaag kon zien datti ooit groen was geschilderd. Ik had die fiets met een rode zakdoek in plaats van een zadeldek van een vriendin van mijn zus gekregen en was ermee hoogstpersoonlijk al rammelend van Ede naar Amsterdam gereden. Later had ik een Solex, waarmee ik een keer terug naar Ede reed, maar omdat het al koud was had ik een paar flesjes Vieux gekocht wat ik beter niet had kunnen doen, want het laatste stuk reed ik te middernacht al zingend midden op de rijksweg van De Klomp naar Ede. Ook legde ik mijn bezoekjes aan de bestuursleden van de O.V. Boreas af. Dat kwam neer op zeer formele bezoeken, met koffie en koek, vragen en antwoorden, het ging nog net niet zo ver dat ik u moest zeggen; in de correspondentie werd ik wel met u en meneer aangesproken. Toen het dispuut een x aantal jaar bestond, een Dies Natalis heette dat, werd dat uitgebreid gevierd. Waaronder een bezoek aan Noordwijk aan Zee. We logeerden daar met een man of 20 in een groot huis waar we wel twee keer inpasten. En vieren maar. Dat vieren bestond grotendeels uit zuipen en spelletjes doen. Ik denk dat we ook wel wat aten. ’s Avonds werd de stemming steeds uitgelatener en baldadiger. Na middernacht besloten we tot een wandeling. Ik weet niet of Noordwijk daaraan gewend was, zo niet dan wordt daar nu nog over gesproken. Als een wervelwind trokken we al schreeuwend en zingend door het dorp. Tuinmeubilair verhuisde van de ene tuin naar de andere, kruispunten werden voorzien van gemakkelijke zithoeken, straatnaamborden verdwenen van muren en palen.verboden-toegang-416 Ik heb nog steeds een ‘Verboden Toegang’-bord in mijn kamer staan, dat uit die tijd stamt. Iemand brulde: ‘We gaan naar zee.’ Op naar het strand, er werd een wrakke boot gevonden, vier, vijf man ging erin en de rest duwde hen de zee op. Gebrul en gezang. Ik weet niet meer of we ze ooit hebben weergezien. En de volgende ochtend om tien uur zat het hele gezelschap (of het restant) in de gereformeerde kerk van Noordwijk. Weer gezang. En pogingen de ogen open te houden.

(deel 2, tevens slot, volgende week)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s