HET ENKABAD

IMG_0395Ik zat op de Bitterschool. Zo bitter was het daar niet, maar het adres was J.W. Bitterstraat nr. 2 in Ede, vandaar. Pas nu vraag ik me af wie die W.J. Bitter eigenlijk was. Google geeft geen uitsluitsel, ja, een tandarts in Rotterdam, bitter genoeg, maar dat zal het wel niet zijn. Ook een stomatoloog heet terecht zo. En een rentmeester van Twickel rond 1900. Dat komt meer in de buurt, maar wat heeft Twickel in Twente met Ede te maken, behalve dan dat ik er woon(de)? Ik was een jaar of 14, zat op de Bitterschool en was bezeten van zwemmen. Of liever gezegd, van naar het zwembad gaan. Dat zwembad heette het Enkabad. Maar toen noemde ik het niet zo en legde ook geen verband met de naastgelegen Enkafabriek. We zeiden gewoon: ‘Zullen we naar het zwembad gaan?’ En dat liefst alle dagen van de week, ook op zaterdag. Maar niet op zondag, dan mocht ik niet zwemmen, waarom mag god weten. Ik was net Kortjakje, maar dan met een andere kwaal en een andere outfit. Ik mocht zelfs niet fietsen op zondag. Dat berustte op een nogal ingewikkelde casuïstiek met veel standaardantwoorden. Ik zei dan: ‘Maar ik heb toch een abonnement, dan hoef ik dus niet te betalen.’ Maar dat was geen goed argument. Zondag dat was een rustdag en als ik dan ging zwemmen moesten mensen voor mij werken, bijvoorbeeld achter de kassa of de badmeester. ‘Ja, maar die werken toch.’ ‘Het gaat om het principe.’ Principes waren heilig, dat had ik al gauw door. Ik zei maar niet dat Hitler ook principes had. Ik begon dan te zeuren: ‘En fietsen dan, dan werkt er toch niemand voor me. En in de bijbel staat niets over de zondag, daar staat de sabbatdag, dat je die moet heiligen, maar dat is de zaterdag.’ Ik kon praten als Brugman, maar op zondag werd er niet gezwommen door mij, wel door andere gereformeerde vriendjes, zelfs de zoon van de dominee zwom ’s zondags. (Op woensdag 10 juni 2015 werd in Ede een referendum gehouden over de vraag of de winkels op zondag open mogen. De uitslag: het mag niet van 57%!)

zwembad 4Maar ‘midden in de week’ kon het dus. We waren meestal uit om een uur of twee. Ik ging dan eerst naar huis en zei tegen mijn moeder: ‘Ik ga zwemmen.’ ‘Heb je je huiswerk al af?’ ‘Ja, dat doe ik daarna wel.’ Ik was een meester in dubbele antwoorden. Mijn moeder, die mij wel aardig kende, zei eens tegen me: ‘Je zegt ja en je doet nee.’ De leidraad van mijn leven. Wel moest ik eerst een kop thee drinken, waarna ik mijn spullen bij elkaar graaide en op pad ging. Alleen of met wat vriendjes. We fietsten erheen, start Grotestraat tegenover de kerk, via het Maandereind naar de Stationsweg. Die reed je helemaal uit langs de bibliotheek en langs het Juliana-ziekenhuis tot je bij station Ede-Wageningen kwam (Ede eigenlijk, dat Wageningen vonden we zo’n aanstellerij, dat lag zo’n dikke 10 kilometer verder), het spoor over en dan linksaf. Als je verder langs het spoor reed kwam je in het bos en reed je uiteindelijk naar Arnhem. Maar dat deden we niet, want het zwembad was dus vlak bij het station, alles bij elkaar een paar kilometer van mijn huis. Het was toen altijd mooi weer, dus je kwam lekker warm en bezweet aan, stalde je fiets en liep naar de ingang, je hoorde het geroep en geschreeuw al en rook het chloorwater. In de rij staan, abonnement laten zien en gespannen en met enige schroom liep ik naar binnen (zoals ik vrijdagsavonds gespannen en met heel veel schroom Mol – Mol’s cafetaria – binnenging). We keken dan rond of we de anderen al zagen, want we waren altijd met wat jongens en meisjes van onze ulo, maar ook van een andere ulo. Dat maakte het dus zo aantrekkelijk.

Eenmaal binnen liep je meteen tegen de lange poot van een L-vormig bad aan. Dit stuk was het diepe. De korte poot van de L liep naar achteren en dat was het ondiepe, gescheiden van het diepe door een afzetting waar je ook overheen kon lopen. Bij het eind van de lange poot van de L waren de kleedhokjes. Je kleren hing je aan een soort haak, die je stalde in een ruimte naast de ingang en de kassa. Boven deze ruimte was een terras! Een terras waar je kon zitten en over het hele zwembad kijken en wat drinken. Het terras was niet groot, als er zo’n 30 mensen zaten, was het tjokvol. Maar dat deden we niet, want dat kostte geld en dat hadden we niet. Bovendien zaten daar de jongens en meisjes die een stuk ouder dan wij waren, de groten, die zaten op de HBS of nog hoger. Ze zaten daar aan tafeltjes, maar ook met de benen tegen en over de leuning die het terras afpaalde en ze zaten daar groot en stoer te doen, letterlijk en figuurlijk boven ons verheven. Er waren ook jongens van de Polar Bears bij! IMG_0637We kwamen er wel eens om snoep of een ijsje te halen, maar daarna liepen we snel weer naar beneden naar onze habitat. Pas veel later ging ik wel eens op het terras zitten om iets te drinken. Maar daar was eigenlijk niets aan, ik miste dan de groep en de branie van die jongens met die mooie meiden, zat gewoon over het bad en het grasveld uit te kijken en te lurken van mijn cola. Dat was het dan.

Polar Bears was de waterpoloclub. Ze waren geloof ik vrij goed en speelden in de hogere regionen van een of andere divisie. Mijn zus wist daar alles van, ze was vier jaar ouder dan ik en had dus contact met die types, ze was nogal snel verliefd. Die pooljongens waren jonge goden, reuzen met spierballen met namen als Siem Vermeulen. Soms ging ik op een zaterdagavond mee om een wedstrijd te zien. Dat was vreemd. Je ging er na het avondeten naar toe zonder je zwemspullen. Je bleef in de kleren en ging om het diepe staan om de jonge goden aan te moedigen. Jongens met op het hoofd caps met een nummer, die achteloos en sierlijk of met veel gespat en lawaai het water in doken. Waterfonteinen kliefden de lucht, onze zes poolberen aan de ene kant en de zes van de tegenstander, iele en miezerige kereltjes, aan de andere kant. Er klonk een fluitje en het spel begon. De bal vloog heen en weer, verdween soms een tijdje onder water net als de spelers. Er werden onder water gemenigheden en vuiligheden uitgehaald, naar beneden trekken, in de ballen knijpen, knietje geven, vooral door de tegenstanders, soms werd er iemand uitgestuurd. En het was best wel spannend, vooral als Siem of een andere Siem voor de goal de bal had, zich omhoog werkte alsof er en trapje onder water stond en dan met een machtig gebaar de bal in de uiterste hoek van de goal dreef. Of niet. Wij juichten dan, of niet, en maakten so wie so een hoop lawaai en herrie, wat best wel geinig was. Na afloop bleven we dan nog even hangen tot de champions aangekleed waren om dan te proberen dicht bij ze in de buurt te komen en zo te delen in hun magie en glorie.

poolberenOp onze middenindeweek-dagen ging het er wat rustiger aan toe. We deden wat jongens al jaar en dag doen als ze bij elkaar in het zwembad zijn en indruk op de meisjes willen maken. Donderjagen en kloten, lawaai maken, in het water duiken en er weer uit gaan, niet via het trapje natuurlijk maar je via de kant omhoog werken. Elkaar er in gooien, onder water trekken, schreeuwen, van de hoge duiken of springen (bommetje), wedstrijdjes wie het verst onder water kan zwemmen, eigenlijk alles behalve gewoon rustig heen en weer zwemmen. Er was achter het L-vormige bad ook een rechthoekig bad, later toegevoegd, met daarachter een groot grasveld, de wei. Soms gingen we zonnebaden op die wei of met een bal spelen (over mooie meiden stappen met per ongeluk een kontstap) of gewoon wat met elkaar kletsen. Dat ging dan over de school, over thuis, over later. En over muziek. Het was nog de pre-poptijd, maar Bill Haley en zijn Rock Around The Clock wierpen al hun schaduw vooruit naar de jaren 60. Radio Luxemburg werd net populair. Maar ook klassieke muziek schuwden we niet. Henk Slingerland gaf eens hoog op van de zesde van Beethoven, de Pastorale. Hij legde uit dat het begint met een ochtend in de natuur, je hoort een koekoek en later komt er storm en onweer. Ik mocht de plaat lenen en vond het prachtig.

zwembad 3

En zo raakte ik ook ineens aan mijn eerste verkering. Hoe dat zo kwam, weet ik niet. Het was het resultaat van groepsdruk denk ik, plotseling wist iedereen dat ik verkering had, en ik dus ook. De gelukkige heette Hetty Jansen. Ze zat op een andere, nog gereformeerdere ulo en haar vader was daar directeur. Het was ook nog eens een grote en strenge man, dus de verkering voltrok zich voorlopig alleen in het zwembad. Dat ging heel clean zonder zoenen of handjes vasthouden, het uitte zich meer in bij elkaar zijn, blikken over en weer en elkaar in het water onderduwen en nat spetteren. Hoe lang het duurde weet ik niet meer, in ieder geval over een zomervakantie heen, want ik kreeg een ansichtkaart van haar uit Zeeland. Ik herinner me niet het uit te hebben gemaakt, dus misschien is het nog wel steeds aan. Ik vond op het laatst eigenlijk Brenda Floor veel leuker, maar die had al verkering, met Henk. Brenda woonde boven een café in het centrum van Bennekom en dat vonden we heel interessant. In datzelfde café heeft Otto nog eens met zijn band triomfen gevierd.

Het was een tijdloze tijd. Je dacht er niet bij na en ging er van uit dat het altijd zo zou blijven. Ik weet nog dat ik eens alleen naar huis fietste. Nog een beetje opgewonden in mijn hoofd, loom en rozig van de zon en het water, fris en warm tegelijk. Ik dacht bij mezelf, dit wil ik altijd blijven doen, ik wil altijd met mijn vrienden naar het zwembad gaan. Ik kon me niet voorstellen, dat het ooit anders zou zijn. En nu, op mijn ouwe dag, zwem ik elke woensdagochtend een uur lang in het Twentebad in Hengelo, baantjes, in mijn uppie, heen en weer, heen en weer…zwembad 2

Advertenties

One thought on “HET ENKABAD

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s