OVER DE GRENS

crikvZomer 1964 liftte ik met mijn vriend Frits naar Joegoslavië. Dat klinkt makkelijker dan het was. Het liften viel niet mee, vooral in Oostenrijk niet, daar zijn mooie scheldpartijen over vastgelegd. Onze kortste lift was 500 meter (maar wel naar een goede liftplek) en de langste 600 km (van Stuttgart naar Ede). We vertrokken op 11 augustus, gingen via München, Klagenfurt, en op zaterdag 15 augustus passeerden we de grens Oostenrijk / Joegoslavië . We sliepen onderweg in de bosjes of soms in het hooi, ook wel eens in een gasthuis. Als we in de bosjes sliepen, hingen we een zaklamp aan een tak en dan zei een van ons: Doe jij het licht uit? Onze eerste nacht in Joegoslavië verliep wat anders, zie hieronder een stukje van het verslag.

“Het liften ging weer slecht en de doorsnee-Oostenrijker is toch een zak. We liepen een eind en kregen toen een lift van een Oostenrijkse jongen, die ons 10 kilometer meenam. Het was toen nog 15 kilometer naar de grens en we besloten maar te gaan lopen. Het was een heel steile berg op en nergens zag je iemand, alleen af en toe een auto. Voor en rechts van ons geweldig steile bergen, waar de weg tussendoor en over slingerde en links van ons een zeer diep ravijn. Daar liepen we en voelden ons Stanley en Livingstone. Na ± 5 kilometer lopen stopte er een Joegoslavische bus naast ons en de man vroeg of we mee wilden rijden. Dat was geweldig vriendelijk en we reden mee tot de grens. De douane was heel soepel en hoefde alleen ons paspoort maar te zien. We wisselden ieder $ 30,- om en kregen daarvoor 22.000 dinar. Toen gingen we weer lopen. Om het kwartier kwam er een auto voorbij en ze zaten alle stampvol. We hadden een poosje gelopen door een onherbergzaam oord evenals in Oostenrijk toen er plotseling een oud vrouwtje liep. Waar ze vandaan kwam is me nog een raadsel. We vroegen haar een Gasthof, maar ze sprak geen stom woord Duits en beduidde ons dat we maar mee moesten lopen. Dat we uit Hollanski kwamen vond ze prachtig. Het was intussen stikdonker en het oude vrouwtje begon steeds te grinniken, zei iets in een onverstaanbare taal (Sjoegoes waarschijnlijk) en scheurde maar voort. Plotseling ging ze een andere weg op. Wij mee. Ze liet me nog door twee bergbeekjes strompelen, die daar zomaar over de weg liepen. Het vrouwtje stopte op het laatst bij een boerderij en vroeg of we daar of in een Gasthof wilden slapen. Daar natuurlijk. Een jongeman wees ons het hooi en nam ons toen mee om iets te eten. (Buiten de moccapunten ’s morgens hadden we nog niets gegeten.) We kwamen in een armoedig vertrek met een oven (lekker warm), een tafel en een paar houten krukjes. Je kunt je er geen voorstelling van maken hoe die mensen leven. We kregen een stuk brood, dat net uit de oven kwam en het midden hield tussen cake en vers wittebrood. Heerlijk! En een grote kom hete melk. De mensen hadden alle dekens van hun bedden afgerukt voor ons, maar wij maakten duidelijk dat dat echt niet hoefde en om 9 uur gingen we slapen.

Zondag, 16 augustus
Zondag vandaag, al merk je daar niet veel van, om half 9 werden we wakker (aardig gepit), gingen eruit, bedankten de boerin, boden haar een sigaar aan, die ze vriendelijk maar beslist weigerde en we gingen op weg. Weer lopen. Een uur. Onderweg kwamen we door een dorpje met overal nietsdoende mannen, kinderen die ons nieuwsgierig opnamen en huizen waaruit overal muziek of gezang schalde, dit alles door de zon overgoten. We hadden nog niets op en besloten een kop koffie te drinken. In een kroegje bestelden we dat met brood. De koffie bleek een klein kommetje zwarte drab te zijn met daarnaast een glaasje koud water. De drab bleek niet te drinken en we lengden het aan met water, waardoor de drab koud werd en nog steeds niet te drinken was. Nooit geen koffie meer hier. Het brood smaakte goed. Het kostte 240 dinar, dat is ƒ0,60 de man. Goedkoop, ja! Nu zitten we in een tuin van een restaurant in de schaduw. Er klinkt muziek, de mensen zitten gezellig te praten, ik heb zere voeten, bouillon met een ei erin op en mijn eerste glaasje slivovitz voor me. Al met al toch wel leuk.

Hierna moesten we een kleine 200 meter lopen, waarna we op een al gereedstaand bankje konden plaatsnemen in blijde verwachting van de bus. Die kwam (wat niet tegenviel), wij betaalden (wat wel tegenviel) en de bus voerde ons naar Ljubljana. Of het nu aan de zondag, de stad of ons lag weet ik niet, maar we vonden er niets aan. Veel te veel soldaten en alle mensen gaapten ons stomverbaasd na. Wij hadden al weer honger en besloten te gaan eten. Na lang zoeken stapten we een soort restaurant in en wachtten des obers komst af. Daar konden we echter lang op wachten, want er liepen wel meisjes af en aan om de vuile spullen af te ruimen, maar iets brengen deden ze niet. Wonder boven wonder sprak een der maagden Engels en zij verwees me naar een kassa waar men een bonnetje kopen kon en in ruil voor dat bonnetje kreeg men het verlangde. Nu had ik een verdomd handig boekje bij me waar letterlijk alles in stond. We besloten een slaatje te bestellen. Ik naar de kassa, wees het woord slaatje aan en kreeg een bonnetje. Met dat bonnetje ging ik naar het buffet waar ik twee schotels barstensvol rauwe sla kreeg en twee sneetjes brood (een reuzehandig boekje!). Dat zette ik op een dienblad en daar ging Koos, verwelkomd door een smakelijk lachende Frits. Later bleek dat we voor eten naar beneden moesten. Daar stond allerlei eten klaar langs de kant, je moest er met een dienblad langs scheuren en wat je eten wilde, pakte je maar en aan het eind stond een kassa waar je kon betalen. We namen patat met een enorme lap vlees en een beker melk wat zeer lekker en zeer goedkoop was. We zijn toen weer opgestapt en naar een liftplaats gesjouwd.”

Via Rijeka kwamen we uiteindelijk in de badplaats Crikvenica aan, waar we een tijdje bleven, kennismaakten met wat Duitsers bij wie we in de tent konden slapen. Wij spraken Crikvenica uit als Sriekweníetsa, zoals dat hoorde. Toen we weer in Amsterdam waren, spraken we de baas van de fietsenstalling waar we wel eens werkten. Hij vertelde dat hij ook wel eens in Joegoslavië was geweest. In Krikféinika, kenden we dat? Het duurde enige tijd voor we doorhadden dat hij dezelfde plaats bedoelde. Nog weer later begreep ik dat de taal Joegoslavisch niet bestond en dat we eigenlijk in Slovenië en Kroatië waren geweest. En weer iets later ging ik er met Anneke heen, niet liftend maar met de trein.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s