SIMON VESTDIJK REVISITED

vestdijk

Ik was 18 jaar en las het boek Surrogaten voor Murk Tuinstra van Simon Vestdijk. Een Knausgard-moment. Daarna wilde ik alles van hem lezen en hebben. Dat is wel min of meer gelukt, inclusief de halfbakken biografie van Hans Visser en zijn eerste veel later gepubliceerde Kind Tussen Vier Vrouwen, de oer-Anton Wachter. Wie Meneer Vissers Hellevaart (horror) , De kelner en de Levenden (fantasy) of De Redding van Fré Bolderhey (psycho-thriller) heeft gelezen, zeker als adolescent, is daarna een ander mens. De laatste Anton Wachters las ik in Amsterdam, waar Vestdijk van 1917 tot 1927 (kom daar nog eens om) medicijnen studeerde. Hij woonde er op diverse kamers. Op een van die adressen had hij twee zussen als hospita. ’s Nachts sloop hij de ene keer naar de kamer van de ene zus, de andere keer naar de kamer van de andere zus. Ze wisten het niet van elkaar wat nog een heel gedoe was. En toen ze het wel wisten was het ook een heel gedoe. Ik vond dat, eenzaam op mijn ene kamer aan de Overtoom, wel interessant. Niet veel later ontmoette ik Anneke en wij voegden weer iets later onze boeken bij elkaar, of beter gezegd: de 12 boeken van Anneke mochten tussen die van mij staan. Een daarvan was Het Glinsterend Pantser van Vestdijk. Toen we naar Harlingen verhuisden, was het natuurlijk helemaal feest. Met het boekje Simon Vestdijk en Lahringen van Nol Gregoor in de hand, kon ik in de voetstappen van Vestdijk treden, letterlijk dan, waar woonde hij zoal, waar woonde Murk Tuinstra, waar liep hij met Ina Damman. harl. blauwe handIk overwoog een Closemetkoos over Vestdijk te schrijven. Maarten ’t Hart heeft (samen met HBC, over wie ik liever niets zeg) alle 52 romans van Vestdijk herlezen en in de NRC gerecenseerd. Die recensies knipte ik uit (van M’tH dus) en stopte ze in de desbetreffende boeken, een tic die wel meer mensen hebben. Peter Buwalda vertelde onlangs dat hij de symfonieën van Mahler beluisterde aan de hand van Vestdijks boek Verzamelde Muziekessays, deel 4. Eerste zin uit dat boek: Wie Gustav Mahler wil leren verstaan zal weinig bereiken, zo hij hem niet verstond alvorens zich tot leren te zetten. Nou weet ik niet of ik Mahler versta, maar ik vind het prachtige muziek, dus ik dacht: Dat ga ik ook eens proberen. Een heruitgave was nog te krijgen, €18,95. In de inleiding deelt Vestdijk de 10 symfonieën (Das Lied Der Erde telt dan als tiende) in in vijf paren: 1 en 2, 3 en 4 enz. In ieder paar constateert hij “een regelmatige afwisseling van spanning en ontspanning, van activiteit en receptiviteit, van ‘systole’ en ‘diastole” en “deze polariteit is in de kunstfilosofie overbekend, en zij houdt verband met andere veelgebruikte antithesen, zoals ‘apollinisch – dionysisch’, ‘klassiek – romantisch’, ‘mannelijk – vrouwelijk’, en zo meer.” Hallo, zijn jullie daar nog? Ik heb de eerste symfonie beluistert aan de hand van hoofdstuk 1. Maar het is abstractie van een hoger niveau en het voegt voor mij weinig toe aan de muziek. Experiment mislukt.

glinsterend pantserIn de Volkskrant stond begin januari 2015 een interview met de net gestarte uitgever Paul Brandt. Hij zei iets onterechts over humor bij Vestdijk en ik voelde me op mijn tenen getrapt. Dus schreef ik de volgende ingezonden brief, die natuurlijk niet werd geplaatst.

Lachen om Vestdijk
De versgebakken uitgever Paul Brandt zegt zaterdag in Sir Edmund dat de organisatie van de Boekenweek indertijd zelfs in Vestdijk humor ontdekte. Ik val over het woordje ‘zelfs’. In de jaren 60 werd ik fan van Vestdijk. Ik ben er zelfs voor in Harlingen gaan wonen. In onze studententijd lazen we elkaar passages en formuleringen van Vestdijk voor en kwamen dan niet meer bij van het lachen. Een voorbeeld? Lees de eerste hoofdstukken van Het glinsterend pantser. De ik-figuur beschrijft inwoners en gebouwen van een dorp. Het proza tintelt van ironie, ingehouden plezier, beschrijvingslust en soms regelrecht geouwehoer. Enkele voorbeelden:
* een nieuw ‘huisje’ in verregaande staat van aanbouw
* Filmhelden waren zij niet, de twee ongunstige mannen, wier beschrijving mij nog rest. Zij waren een stadium verder in de ontwikkeling der mensheid, zij waren op weg één te worden met de machine, en hadden zich vast een grote motorfiets aangeschaft
* Mevrouw Duprez, weduwe sinds jaren, droeg dit lot, of een ander lot, ingegrift in een smal, olijfkleurig gezicht, met iets ‘rooms’ erin, zou men zeggen. / Ze liep recht, vlug, wat behoedzaam, alsof ze ergens onderdoor moest lopen. / Maar die vuurrode blouse stond haar als een revolutiekreet in een Italiaans klooster.

Dat zou ik allemaal verwerken in mijn blog, die in mijn hoofd langzaam gestalte kreeg. Zondag 24 mei, eerste pinksterdag, zou ik er aan beginnen. De zaterdag daarvoor lees ik de bijlage van de Volkskrant, Sir Edmund, een geweldige bijlage vind ik, elke week smul ik er van, en ik zie de column van Sylvia Witteman. En die gaat over Vestdijk. En ze vertelt daarin, natuurlijk beter en puntiger, precies wat ik ook zo ongeveer wilde schrijven. Nou ja, lees het dan zelf maar, hieronder.

vestdijk, SW

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s