REURING IN RIGA

riga, laima

Het was 1 februari 1997. Voor mijn werk ging ik naar Riga, met collega P. Na deze reis schreef ik een uitgebreid verslag onder de titel Sandra’s Dream. In dat verslag gaf ik aan wat we zoal gezien en gehoord hadden en wat we vonden dat er moest gebeuren (een van mijn aanbevelingen: het beste wat Letland kan gebeuren is toetreding tot de EU) en hoeveel geld dat zo zou kosten en wie dat kon gaan betalen. De besprekingen startten op zondag 2 februari, maar daar ging een lange nacht aan vooraf.

Letland was sinds 1991 onafhankelijk en wilde contacten met het Westen. De provincie Overijssel had teveel geld, zoals alle provincies, en besloot tot samenwerking, een jumelage heet dat geloof ik. Uit Riga kwam de vraag naar bijscholing in de psychiatrische verpleging, zowel de nieuwste inzichten als ook de praktijk. In de Sovjettijd had men een wat afwijkende kijk op de psychiatrie, dus er was wat achterstand. De provincie wist het ook niet zo gauw en klopte bij ons, sector gezondheidszorg van de Saxion Hogeschool, aan. Ze beloofden vergoeding van de kosten. Dat leek ons wel wat. Dus vlogen P. en ik op zaterdag 1 februari naar Riga. We bivakkeerden in een redelijk luxe hotel, Konventa Seta, in het oude centrum.DSC03227 Erachter was een pittoresk straatje waar ik dat jaar en de jaren erna heel wat barnstenen sieraden kocht. Het had gesneeuwd en door het raam van mijn hotelkamer zag ik een plaatje van Anton Pieck. We besloten tot een eerste verkenning van Riga. Via enkele straatjes kwamen we bij een parkje met een standbeeld van een bekende musicus van wie ik nog nooit gehoord had en we klommen een heuveltje op. Kinderen gingen op kleedjes via een glijbaan naar beneden. Ik ging er eens kijken, verloor mijn evenwicht, kwam op mijn kont en mijn nieuwe broek terecht en vloog via het glijbaantje ook naar beneden. Dat vonden die Letjes wel leuk, die lui uit het westen zijn zo raar! Want dat hadden we al snel door, ze zagen daar feilloos dat we geen oostblokkers waren. De vele bedelaars ook. Toen we er later naar vroegen, hoorden we dat dat niet zozeer door de kleding kwam, maar door de houding, kennelijk frank en vrij en onverveerd.

glijbaantje RigaWe liepen een lange drukke straat af en verbaasden ons over de etalages van de winkels of beter het gebrek aan etalages en de vele drink- en eettentjes. Via een zijstraat kwamen we terecht op een markt, een soort openlucht supermarkt. Riga, marktBehalve veel kraampjes stonden er ook houten hokjes, waarin mensen zaten om hun waar te slijten. Een hokje met rookwaar, een hokje met levensmiddelen, een hokje met drank. Veel import viel ons op, maakten die Letten niks zelf? Veel mensen ook, sjofel gekleed. Maar ook opgedirkte dames, verf en bont. Dat waren Russen, leerden we later. Die Russen werden gezien als een probleem, grote bek, maffia, wilden geen Lets praten en in Riga waren er meer Russen dan Letten. In heel Letland een derde van de bevolking. Later vonden we in Riga een nog grotere waren- en voedselmarkt in grote hallen (vroegere vliegtuighangars uit WO I). De grootste in Europa lazen we ergens, maar volgens mij was die in Odessa nog groter. We aten in een van die eettentjes en gingen daarna naar het hotel voor koffie en voorbereiding. Veel viel er niet voor te bereiden, maar we waren wat opgewonden, wat konden we verwachten, en konden we het waarmaken. Gelukkig was P. psychiatrisch verpleegkundige geweest en had hij ook nog in iets doorgeleerd. Ik wist er niks van, maar had gezond verstand, kon goed luisteren, vragen stellen en samenvatten. Ook was ik aardig bedreven in plannen maken en daarvoor subsidie aanvragen. Vooral als anderen die plannen moesten uitvoeren. We namen er maar een pilsje bij en toosten op de goede afloop. En nog maar een pilsje. Het viel me op dat er veel lui zoals wij zaten, ik hoorde Duits, Engels en Nederlands, die gingen kennelijk de Letse markt veroveren. Tegen middernacht gingen we naar onze kamer om te gaan slapen. We spraken af de volgende ochtend om 10 uur naar de Lutherse kerk te gaan om daar de plaatselijke sfeer op te snuiven en omdat P. daar wel meer last van had.

Toen ik in mijn kamer kwam, keek ik rond, zag mijn bed, zag vanuit mijn raam de binnenstad in een warm gelig licht. Ik had helemaal geen zin om naar bed te gaan. Ik had vlak in de buurt een kroeg gezien, weet je wat, ik ging nog een pilsje drinken. Ik trok mijn jas aan en ging het hotel uit. Het was druk in het café, ik ging aan de bar zitten en bestelde een pilsje. Riga, laima 2Ik raakte aan de praat met mijn buurvrouw door de stereotype vraag: Do you speak English? Ze zei: ‘A lidl.’ ‘We go occasionally to the Aldi’, zei ik, niet geheel ter zake. ‘Occasion?’ vroeg ze. Dat kende ze dus. Ze kwam dan ook uit de Oekraïne. Wat of ze in Letland deed. In de Oekraïne was het niks, zo begreep ik, ze werkte dan hier dan daar in Riga, ze had er een kamer en het beviel haar wel. Wat ik in Riga deed. Dat vroeg ik me ook af. Ik probeerde zo goed en kwaad als het ging onze missie uit te leggen, een goede oefening voor de volgende dag. Ik geloof dat ze er wel iets van begreep. We praatten over het leven in het Oostblok in vergelijking met West-Europa. Daar was ze nog nooit geweest. Ach daar was het ook niet alles, zei ik hypocriet. Haar Engels was niet geweldig en mijn Oekraïens ook niet je dat, maar de alcohol smeerde de conversatie. Opeens zei de barkeeper dat het sluitingstijd was, twee uur. We moesten naar buiten. Iedereen vertrok tegelijk door de deur. Een heel gedrang dus. Ik stond buiten uit te hijgen in de buurt van een groepje mannen en vrouwen. Wat zou ik doen. Naar het hotel terug, leek me het verstandigst. Om me heen opgewonden Lets gekakel. Daartussen hoorde ik een zin die ik dacht te kunnen begrijpen. ‘Nee, die zijn ook niet meer open’. ‘Hé’, riep ik, ‘ik versta je.’ ‘Ik versta jou ook’, was het antwoord. Het was een van de twee vrouwen uit het groepje naast me. ‘Maar begrijp je me ook?’, vroeg ik ad rem, ik weet niet waar ik het vandaan haalde. Ik liep naar ze toe. De twee vrouwen bleken uit Brugge te komen, de twee mannen waren Lets. ‘Is hier niks meer open?’, vroeg ik. Niet, begreep ik. De vrouw overlegde in het Engels met haar groepje. Toen zei ze tegen me: ‘Bij ons op de afdeling staat nog een fles whisky, heb je zin om mee te gaan?’ Dat had ik wel.

Er werd een taxi geregeld en we propten ons erin. De taxi reed de binnenstad uit, door een buitenwijk, naar de rand van de stad zo leek het wel. Ik verwijderde me steeds verder van mijn warme hotelbed. We gingen naar een ziekenhuis. Een sirene ontbrak er nog aan. Ik had al begrepen dat het hele gezelschap uit artsen bestond. De twee Vlaamse dames werkten in het ziekenhuis, tijdelijk of permanent of in stage of alles tegelijk. Zo kwam ik naar Riga om psychiatrische verpleegkundigen bij te scholen, zo liep ik ineens in een stil en verlaten algemeen ziekenhuis. Het was niet zoals bij ons een hoog compact gebouw, maar een serie losse lage gebouwen op een uitgestrekt terrein, grond genoeg kennelijk. We gingen een kantineachtige ruimte in en gingen aan een tafel zitten. Vera, de vrouw die mij wel begreep, haalde ergens de fles whisky vandaan en we toosten en vroegen van alles door elkaar. Ik vertelde voor de tweede keer deze nacht, wat ik in Riga kwam doen. ‘We are going to train and educate psychiatric nurses’, zei ik en probeerde het uit te leggen. Ik bleek ineens een expert te zijn en had het over taak- en patiëntgericht verplegen (task and patient oriented nursing) en het systeem van eerst verantwoordelijke (first responsible nurse). Ik ging verder over de holistische visie en de zelfzorgtheorie van Dorothea Orem. Bij ons op de afdeling liepen de verpleegkundedocenten weg met Orem, wat niet pleitte voor Orem en ook niet voor die docenten, want ik had het boek van Orem gelezen, een niet door te komen boek, een verwarrende theorie en hoe dat kon bijdragen aan goede zorg voor de patiënten was me een raadsel. De Letse artsen keken of ze water zagen branden (burning water) en de Vlaamse artsen bleken alleen op de hoogte van het opleidingssysteem in België met twee niveaus. Dat je ook een HBO-opleiding verpleegkunde kon volgen leek ze sterk. We kwamen er niet uit en het gesprek volgde het niveau van de fles en we kwamen over relaties te spreken. Let 1 was getrouwd, Let 2 had verkering met de Vlaamse niet-Vera. Vera was niet getrouwd en had ook geen vriend. Dat leidde tot een voorspelbaar slap gesprek tussen ons, het verloop en de afloop daarvan is in nevelen gehuld, wel weet ik dat ik en un momento dado Vera ten huwelijk vroeg, waarop ze ‘ja’ zei. Dat was dan ook weer geregeld. De fles was ook leeg en er kwam geen tweede. Het viel ineens op dat het wel heel erg licht en ongezellig was in deze ruimte. Iedereen had kleine oogjes en ik zag een geeuw, Let 2 zei dat hij ging slapen, ongetwijfeld met niet-Vera, dus ik zei: ik moet er weer eens vandoor, hoe kom ik in godsnaam weer in mijn hotel? Ze wilden wel een taxi voor me bestellen. Ik had zekerheidshalve mijn tas niet meegenomen en niet zoveel Lats. En die Lats had ik grotendeels al in het café uitgegeven. Vera begeleidde me naar de plek waar de taxi zou komen en ging meteen weer naar binnen. Na lang wachten kwam de taxi. In het geheime vakje van mijn portemonnee had ik een briefje van 25 gulden. Ik gaf het aan de chauffeur en vroeg of dat goed was. Hij begon te glimmen en zei dat het OK was. Hij leverde me keurig af bij het hotel. Ik ging naar mijn kamer, kleedde me uit, zette de wekker, zag dat het bijna vijf uur was en viel als een blok in slaap.

Twee minuten later ging de wekker. Het was zeven uur. En zo gebeurde het dat ik om 10 uur in de ochtend in de Lutherse kerk in Riga zat met een hoofd dat twee keer zo groot was en in dat hoofd waren kaboutertjes bezig met een verbouwing. Links zagen, rechts zagen en in het midden timmeren. Om gemakkelijk naar binnen te komen hadden ze mijn tong vervangen door een lap leer. Pepermuntjes werden niet gepresenteerd. De gelovigen zongen in het Lets: Een Vaste Burcht Is Onze God. De kaboutertjes sloegen lustig mee aan hun brakke burcht. Inwendig kreunde ik: kan het niet wat zachter?

’s Middags kwamen er vijf giebelende en nerveuze dames langs, onder wie Sandra Kregere, de eerst verantwoordelijke. We zouden ergens gaan eten, maar eerst moest er gedronken worden. De kater verdween met de staart tussen de benen, later zag ik hem op een dak in de binnenstad. DSC03259De dames hadden alle vijf een plastic tas bij zich. We gingen naar een theater voor een sprookjesachtige musical (Meza Gulbji, naar Andersens Wilde Zwanen), ploeteren door de vuil geworden sneeuw. In het theater bleek wat er in de plastic tassen zat: ineens hadden de dames mooie schone schoenen aan en wij niet. De volgende dagen bezochten we instellingen en instanties, onder meer via besneeuwde wegen en bossen naar Akniste aan de Wit-Russische grens. (Sommige bewoners liepen hier in pyjama, omdat ze geen kleren hadden. Dat leidde na onze terugkomst tot een klereactie, een half jaar later vertrok een vrachtwagen vol kleren en hulpmiddelen uit Twente naar Letland). Ook maakten we een uitstapje naar Jurmala, naar de neurosekliniek. Jurmala betekent zeeland, het is een badplaats met veel houten huizen in het bos. Het was berekoud en in Jurmala heb ik voor het eerst en ik denk ook voor het laatst op een bevroren zee gelopen.

We hadden al snel door wat ze wilden en hoe we het moesten aanpakken. Op onze eerste bijeenkomst vroegen we: wat willen jullie? Toen zei Sandra: I have a dream. Zij ook al, mensen dromen te veel. In Nederland werkten we in ons verslag een hulpprogramma uit onder de titel: Sandra’s Dream. De provincie beloofde te financieren. De jaren daarna gingen koppels docenten van ons naar Riga voor training en scholing. Ikzelf ging in 1998, 1999 en 2000 weer naar Riga. De laatste twee keer om te werken aan een Erasmusprogramma (Europese subsidie) met de universiteit en voor informatie over ons moduleonderwijs. Die samenwerking stelde niet veel voor, we hadden al gauw door dat het ze alleen om het geld te doen was, wel gingen twee Letse studenten verpleegkunde naar Hengelo voor een stage, ze sliepen bij ons op de bovenverdieping. In het kader van die Erasmussamenwerking ben ik ook nog eens in een algemeen ziekenhuis geweest, maar ik kon niet meer met zekerheid vaststellen of het hetzelfde ziekenhuis was.

DSC03273In 2012 nam ik eindelijk Anneke mee naar Riga en zag de stad weer heel anders, vooral de prachtige jugendstilwijk. De kroeg waar mijn eerste lange Riganacht begon, kon ik echter niet meer vinden. We liepen ook het Konventhotel binnen, het was veel minder luxe dan ik in mijn hoofd had. Voor ons vertrek had ik Sandra Kregere nog gegoogled, maar die bleek inmiddels in Amerika te zitten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s