BOEKEN TE KOOP (2)

Stel je eens voor. Een arm jongetje woont in een dorpje vlak bij bos en hei. Hij is dol op snoep, maar het geld groeit zijn ouders niet op de rug en zelf heeft hij ook niks te makke. Hij mag blij zijn dat hij te eten krijgt. Dan krijgt hij op een dag (vraag me niet van wie en waarom, ik was er niet bij) een grote ronde doos, hij kan hem nauwelijks tillen. De doos heeft een paarse fluwelige deksel, een gouden knop dient als handvat. De jongen sluit zijn hand om het handvat en doet de deksel omhoog. Hij ziet dat de doos verdeeld is in vakjes, wel 25 en in ieder vakje zit snoepgoed. Zuurtjes, toffees, noga, ulevellen, drop, chocola, sommige ingepakt in doorzichtige felgekleurde knisperende papiertjes. Stel je eens voor, hoe zou die jongen zich voelen? Ik woonde in de jaren 50 in Ede op de Veluwe. Ik was een wat bleue jongen en was gek op lezen. Op een dag kreeg ik een boek (vraag me niet van wie en waarom, al was ik er zelf bij). Dat boek heette:

hnvdjeugdIk vertelde al dat ik strips en spannende boeken las, met Het nieuwe boek voor de jeugd kwam ik in aanraking met een nieuw genre.

Literaire boeken
Boeken voor kinderen heetten in mijn tijd kinderboeken. Op een gegeven moment sprak men van jeugdliteratuur. Oudere kinderen bleven steeds langer puberen, de stap van kinderboek naar grote-mensen-literatuur werd lastiger, dus kwam er een tussengenre: young adult-boeken. Over wat literair is en wat niet zijn boekenkasten vol geschreven. Ik ga me daar niet aan wagen. Iedereen die graag leest, weet zelf wel of hij pulp leest of niet. In de tijd dat ik les gaf aan de PABO had ik ook jeugdliteratuur in mijn pakket. Ik voelde mij toen geroepen het goede kinderboek te promoten. Zo’n les ging bv als volgt. Ik had anoniem twee fragmenten uit twee kinderboeken op een stencil gezet. Iets uit Wipneus en Pim en een stuk uit Het Bangedierenbos van Willem Wilmink. De klas werd nu in groepen verdeeld en ieder groepslid moest in de groep beargumenteren wat hij liever aan kinderen voorschotelde en waarom. Daarna moesten de groepen hun bevindingen plenair weergeven, waarna discussie volgde. De uitkomst was dan meestal dat de helft Wipneus en Pim het leukste vond en daar niet vanaf te brengen was. (Dat doet me ineens aan een geweldige anekdote denken die hier niets mee te maken heeft. Een natuurkundeleraar doet een proef voor de klas, maar de proef mislukt. De leraar vraagt nu aan de klas: als de proef gelukt zou zijn, hoe zou dat dan zijn gekomen? Al bij het typen hiervan schiet ik zelf in de lach. Dat heb ik ook altijd bij nog een anekdote. Gerbrandy [naar Londen uitgeweken Nederlands premier die niet zo goed Engels sprak] en Churchill lopen in maart in een park in Londen. Churchill snuift de lucht op en zegt: Spring is in the air. Gerbrandy antwoordt: Why should I?) Maar alles kwam altijd weer goed als ik het beste kinderboek dat ik ken besprak: Krassen in het tafelblad van Guus Kuijer (ook prachtig verfilmd met Rijk de Gooijer in een glansrol). Mij werd eens gevraagd een praatje te houden voor ouders van een basisschool in Geesteren (Gld.). Ik heb daar ook Krassen in het tafelblad gepromoot en indoctrinair gezegd dat dat een heel goed kinderboek was en waarom.

hnbvdj2Terug naar wat ik zelf las, geen gelul over lectuur of literatuur, ik las alles wat ik mooi en leuk vond. Het nieuwe boek voor de jeugd (er was dus al een voorganger) voorzag daar ruimschoots in. D.L. Daalder (onderwijzer en pedagoog, pionier in onderzoek naar kinderliteratuur) zegt in zijn inleiding:
Het is niet een gewoon boek, maar een hele bibliotheek. Er staat ongeveer alles in, wat er mooi en goed is in onze literatuur, de beste tekenaars hebben er aan gewerkt, de uitgever zorgde voor een fraai uiterlijk en de prijs is zó laag, dat ieder er aan toe kan komen.
Ik heb het boek, letterlijk, stukgelezen. Het ligt in drie stukken voor me, met vele plakbandjes, scheuren en rafelige verkleurde pagina’s. Meer dan 700 bladzijden, vol verhalen, gedichten, fragmenten en illustraties. Sprookjes van Andersen, gedichten van Guido Gazelle, een historisch reisverhaal van Johan Fabricius, Theo Thijsen, Nienke van Hichtum, Bredero, Vondel, Anton Coolen, Joseph Conrad, niet aan geloof of levensbeschouwing gebonden, een goudmijn.

hnbvdj1Uiteraard stond ook de al genoemde W.G. van de Hulst (de strip In de Soete Suikerbol) in het boek voor de jeugd. Maar daar had ik al boeken van, boeken die ik niet weg kon leggen, die adembenemend waren, spannend maar ook vaak heel zielig. Over dierenmishandeling (Om twee schitteroogjes), over een doodzieke jongen (Peerke en z’n kameraden), over een gepeste oude man met een geheim (Ouwe Bram). ook al zo’n stukgelezen boek, dat ik nog steeds heb. Uitgever: G.F. Callenbach N.V., Nijkerk, wat garant staat voor veel Jezus en God, maar daar had ik toen niet zo’n last van. Ouwe Bram eindigt als volgt:
Als soms, in stille avonden, de drie jongens dwalen langs het grienddijkje, dan brandt er geen licht meer in ’t eenzame, donkere huisje, dan staren de dof-glimmende ruiten hen aan als de droeve ogen van een blinde. Dan wordt het stil in hun harten; ze durven elkander niet aan te zien. Is het wroeging? Is het berouw? Is het dankbaarheid? Is het eerbied?….
Maar de ruisende biezen suizelen hun fluisterende liedjes, als immer….de plassen zingen hun zachte zang; en de golfjes deinen en deinen, al verder… ál verder….
Dat is pas schrijven. Let ook op het gebruik van de puntjes, dat was zijn handelsmerk. Van de Hulst schreef ook historische boeken bv Willem Wijcherts, spelend in de 80-jarige oorlog en Van Hollandse jongens in de Franse tijd. Later kwam er uiteraard ook het boek Van Hollandse jongens in de Duitse tijd, geschreven door Aart Romijn.

ouwe bramIk hield van geschiedenis en van geschiedenisboeken. Bij Lektura leende ik de (vijf) Louis Wessel-boeken van L. Penning over de Boerenoorlog in Zuid Afrika, uiteraard geheel geschreven vanuit het standpunt van de blanke boeren. Het eerste boek heette De leeuw van Modderspruit. Onvergetelijk is de legendarische jonge soldaat Blikoortje, die de Engelsen altijd te slim af was. In het laatste boek wordt aldus afscheid van Blikoortje genomen.
En wil je Blikoortje zien? Kijk eens om! Dat is hij. Ja, hij is het, zoals hij altijd blijven zal: het onvergetelijke, het enige, het nooit versaagde Blikoortje! Onze harten worden week, als wij je weerzien, Blikoortje! Geef ons de hand, trouwe vriend, want wij hebben je lief gekregen. Wij moeten scheiden, Blikoortje.

wolkersOp de Kweekschool begon ik interesse te krijgen voor literatuur voor volwassenen. Dat had ook te maken met de invloed van de leraren. Ik had Nederlands van Valster, een aardige, licht cynische man. Hij had wel lol in mij en de opstellen die ik schreef. Later in de vijfde klas, de hoofdakteklas, kreeg ik les van Van Beek, een wat steile man. Hij ging hoofdlijnen van de wereldliteratuur behandelen (helaas heb ik die aantekeningen niet meer, stom, stom, je moet nooit iets weggooien!). De moderne roman. Het existentialisme, Sartre, Camus. De Russen, Dostojevski! Amerikaanse schrijvers als Steinbeck, Melville, Mark Twain. De wereld ging voor me open, vooral toen ik Wolkers ging lezen. Sex en calvinisme, een prima combinatie, geweldig. Dat zette je aan het denken. Ik ging de boeken die ik kocht nummeren en zette mijn naam er in. Ook kocht ik een schriftje om de boeken die ik uitleende te noteren. Wat zelden gebeurde. Maar wel weet ik nog steeds wie nummer 7 leende, Serpentina’s Petticoat van Jan Wolkers, en het nooit teruggaf. Ik heb het maar weer gekocht. Op een gegeven moment stopte ik met het nummeren, er was geen beginnen aan, en waarom eigenlijk. In plaats van mijn naam erin te schrijven gebruikte ik een tijdje een Ex Libris, waarvan ik een mapje had gekocht.

Na een mislukte poging met een studie psychologie, ging ik maar Nederlands doen. Universiteit kon niet, want met de Kweekschool kon je alleen pedagogie en psychologie en zo studeren. Dus maar MO Nederlands A, en wie A zegt moet ook B zeggen, dat gebeurde in Leeuwarden en later Groningen, terwijl ik in Harlingen les gaf op de mavo. Daar bleef ik boeken kopen. Ik ging vaak na mijn werk naar de boekwinkel aan de Voorstraat. Als ik iets aardigs zag, nam ik het mee en zei ‘Schrijf maar op’. Daar kocht ik ook Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard door Gerard Kornelis van het Reve, een hilarisch boek met inderdaad de etsen. Daar vragen ze nu al gauw € 100,- voor, maar ik ontdekte dat ik een misdruk had, dubbele en ontbrekende pagina’s, zou die nu meer waard zijn? Het was ook in Harlingen dat ik samen met mijn studievriend Piet van E. een complete bibliotheek overnam. En dus ook boeken ging verkopen in mijn winkel.

Slot volgt

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s