BOLO VERHAALT (3)

BOLO (2002 – 2015)

DSC03091Donderdagmorgen, 15 januari. Ik kom om 9 uur de keuken in. Bolo ligt in zijn mand en kijkt naar me. Ik ga naar de kamer om mijn bril en de iPod te pakken. Ik hoor dat Bolo uit zijn mand komt. Ik ga de kamer uit en zie dat Bolo midden in de gang plat op zijn buik ligt, de kop naar voren op zijn voorpoten, de ogen dicht, geen beweging. Ik schrik, kijk lang naar hem en denk: hij is dood. Ik roep hem, aai zijn kop, die voelt warm. Verder geen beweging. Ik roep Anneke. Bolo beweegt zijn kop licht. Niet dood dus. Hij opent zijn ogen en kijkt ons hulpeloos aan. Ik pak zijn riem, doe de halsband om en zowaar hij staat op, wiebelend op zijn poten. Ik loop naar buiten, naar het kruispunt, 20 meter verder. Midden op straat zakt hij door zijn achterpoten en doet een lange plas. Ik zie ervan af verder te gaan en we gaan weer naar binnen. Bolo ploft in de achterkamer op het kleed neer en blijft bewegingloos liggen. De dag ervoor heb ik nog de gebruikelijke wandeling in het Gezondheidspark gemaakt. Toch komt dit niet als een verrassing. Bolo is al ruim 12 jaar oud, de laatste maanden heeft hij dikke vetbulten gekregen aan de rechter zijkant van zijn buik, het was daar een hobbelveld, ook op zijn poot kwam er een. Van de vorige honden wisten we dat de kanker dan niet ver weg was. Maar twee weken geleden, met oud en nieuw, had hij nog gehold met Bengy in Leiden en met hem in de kamer gedold.

Ik ga aan tafel wat aan het werk. Bolo doet enkele pogingen om op te staan, hijst zich op en loopt naar zijn mand waarin hij neerzijgt. Anneke belt met de dierenarts. Om 12 uur ga ik naar Enschede naar de bibliotheek voor onze wekelijkse dosis dvd’s, cd’s en boeken. Bij de Muziekbank, bovenin de bieb, zegt een vrouw tegen me: ik zag je gisteren nog bij het ziekenhuis lopen met een zwarte hond. Ja, zeg ik, die gaat dood. Ik neem twee cd’s mee: Sol Gabetta, Prayer, A meditative musical journey with star cellist Sol Gabetta. Muziek van Bloch en Shostakovitch. De andere van een Belgische componist die ik niet ken: Eugène Ysaÿe (1858 – 1931). Harmonies du soir et autres poèmes. Viool en cello. Als ik thuis kom, ligt Bolo nog in zijn mand. Anneke heeft wat kipfilet gekookt en Bolo heeft een stukje gegeten, vooral om Anneke een plezier te doen. We eten. Ik maak met de iPad vier laatste foto’s. Om drie uur gaan we naar de dierenarts. Ik pak Bolo’s riem en roep: ga je mee? Bijna verwachtingsvol kijkt hij me aan, staat op en sjokt met me mee naar de auto, waar ik hem voorin zet. Bij de dierenarts gaan we in de wachtkamer zitten. Anneke vertelt het hele verhaal aan de assistente. Die luistert alsof ze geïnteresseerd is, maar wil vooral weer aan het werk. Er komt een vrouw met twee honden binnen. Ze kijkt naar Bolo en mompelt: die zit ook niet goed in zijn vel.

We gaan de behandelkamer in. De dierenarts en ik tillen Bolo op de behandeltafel. Anneke is zenuwachtig en bang dat hij er af zal vallen. De dierenarts onderzoekt Bolo, die het gelaten ondergaat. Ze kijkt in zijn bek, knijpt en voelt en luistert. Dan komt het oordeel. De slijmvliezen zijn wittig, niet rood. Dat is niet goed. In de buik zit vocht, als ze het indrukt voelt ze iets verder de golfbeweging. Ze zal wat vocht afnemen. Als het wit is, is het goed, rood is slecht. Ze steekt een naald in Bolo’s buik en neemt wat vocht af. Het is rood, bloed. Anneke begint te huilen. De dierenarts legt uit. De milt is ontstoken en opgezet, waarschijnlijk is de kanker ook uitgezaaid. Ze kan een echo doen, ze kan de milt weghalen, maar de vooruitzichten zijn slecht. Het is niet goed. We nemen een beslissing. En worden naar een kale ongezellige ruimte gebracht. Er staan twee stoelen en er ligt een kleedje voor Bolo. We gaan zitten en liggen. De assistente brengt een doos tissues. De dierenarts zegt: ik ga een laatste klant helpen, gaat u maar rustig zitten en afscheid nemen. De assistente en de dierenarts zeggen de obligate dingen die je in zo’n situatie zegt. Bolo heeft een mooie leven gehad. De herinneringen, die heeft u nog. Anneke en ik gaan Bolo aaien. Ik loop een stukje heen en weer. Bolo volgt mijn bewegingen. Hij wendt zijn kop naar de muur. Zijn wijze en naar binnen gerichte ogen zeggen: ik heb het hier wel gezien, het ga jullie goed. Ik denk aan onze vorige honden. Bij Hertha’s dood was ik niet aanwezig, Anneke en de kinderen wel, ik moest werken. Bij Bello waren Anneke en ik erbij, toen huilde ik niet, nu wel. Ik denk aan Maya die een website Rouwenhoortbijhetleven is begonnen. Maar vooral denk ik aan Bolo. Zijn lieve volgzame karakter. De rust van de Labrador, maar soms de onrust en het nerveuze van de Doberman. De lol van achter een bal aan hollen. Het niet uit kunnen staan als de jongens voetbalden en hij niet mee mocht doen. Zijn grenzeloze enthousiasme als er bezoek kwam, ook wildvreemden, hij sprong wild tegen ze op. Vooral bij Otto en Rogier was hij steeds weer uitzinnig van vreugde. Bolo was de enige hond die ik ken die gevoel voor humor had, meedeed met geintjes en je er zelf ook tussen nam. Hoe hij gehoorzaam ging poepen en plassen als ik dat zei. Maar me soms ook voor de gek hield door te gaan fakeplassen, iets door zijn poten zakken, net doen alsof en me schuin aankeek, zo goed? Bolo die in het begin niet wilde eten en Anneke die haar trucendoos helemaal aan moest spreken om hem weer aan het eten te krijgen. Bolo die vorig jaar last van zijn oog kreeg en de dierenoogarts in Vorden die een soort bypass maakte, waar we steeds foto’s van moesten mailen. Drie weken met een kap om. Dat had een smak geld gekost en we moesten omstreeks nu eigenlijk terug. In al mijn wachtwoorden komt Bolo voor, moet ik die veranderen?

kapboloDe dierenarts komt met een injectienaald. Ze zegt: dit gaat iets zeer doen, want ik moet het in de spieren spuiten. Ze steekt de naald in Bolo’s achterkant, Bolo kijkt verstoord achterom en legt dan zijn kop weer neer. Langzaam glijdt hij in een diepe slaap, met de ogen open. Het lichaam verslapt. Anneke aait en ik kijk. Anneke zegt huilend: wie moet nou jouw verhaaltjes vertellen? De dierenarts kom met het tweede finale shot. Ik sta op en zeg: we gaan, ik hoef hem niet dood te zien gaan. We lopen terug, de behandelkamer door, de wachtruimte door, de straat op. Huilend stappen we in de auto.

Thuis gooi ik zijn riem en zijn mand in de schuur. Anneke gaat zitten en ik zet Bolo’s laatste foto op Facebook met een berichtje erbij. Daarna ga ik naar boven en zoek op mijn computer naar foto’s van Bolo. Steeds hoor ik een piepje dat er is gereageerd op mijn bericht. Hanneke noemt Balto, al weer drie jaar geleden. Ton schrijft: We leven erg met jullie mee. Zelf hebben we die ellende met Tieske meegemaakt. Het is altijd dezelfde tragedie met een hond en je weet het van te voren: vele jaren lang is het je beste vriend maar hij of zij gaat onherroepelijk veel eerder heen dan wij. Nog amper twee weken geleden rende Bolo nog vrolijk met Bengy rond. Honden zijn taai, laten lang niks merken, willen hun baas/bazin niet ongerust maken, zijn liever vrolijk en geven pas op het allerlaatst op. Het beste is dat jullie samen dit verdriet delen en terugzien op een mooie lange tijd met Bolo. Sterkte, we bellen nog. Ik mail de dierenoogarts in Vorden en vertel dat Bolo dood is en dat onze vervolgafspraak vooralsnog overbodig is.  

Bolo is dood. Met wie moet ik nu wandelen in het Gezondheidspark?

laatste boloHierboven de laatste foto van Bolo. Bolo heeft in 2006 acht verhaaltjes voor Hyves geschreven. Twee daarvan hebben jullie al gelezen. De overige zes zet ik als een in memoriam de komende dagen op closemetkoos. Hieronder de eerste. Daarin gaat Bolo bijna dood.

bolo 3abolo 3b

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s