LUISTEREN: EEN JEUGD VOL MUZIEK

Muziek was bij ons thuis niet iets ongewoons. Mijn vader speelde ooit op een trompet of een schuiftrompet, daar zijn de geleerden het niet over eens. Ook over het speelniveau is niets overgeleverd. Mijn moeder zong graag, bijvoorbeeld in een koor in Zeist. Zo heeft ze mijn vader leren kennen. Na haar trouwen vormde ze met de vrouw van kapper Been en twee mannen een zangkwartet. Ze traden daar wel mee op, soms in de kerk. En ook in Ede zong ze in een koor, Excelsior. In de paastijd klonk in ons huis steevast de Mattheuspassion van Bach. Er was zelfs eens een experiment op de radio. Hilversum 1 zowel als Hilversum 2 zonden een uitvoering van de passie uit, maar met verschillend signaal. Je moest nu in de huiskamer twee radio’s op een bepaalde manier opstellen en dan moest je er middenin gaan luisteren en voilà, stereo was uitgevonden. Hoe het klonk, weet ik niet meer, maar het was wel spectaculair. Ook ging ik wel mee naar een uitvoering van de Mattheus, in de kerk en ook een keer in Musis Sacrum in Arnhem. Dat was een lange zit en je mocht geeneens klappen aan het eind. Zeker omdat het slecht afliep. En mijn moeder nam me mee naar het Gelders Orkest in Reehorst, daar hoorde ik mijn eerste symfonieën en viool- en pianoconcerten.

In 1956 kocht mijn vader een pick up, ik was toen 12. Daar moesten platen bij komen. Hij had een wat andere smaak dan mijn moeder. Hij hield van opera. Fidelio van Beethoven! Ik heb deze twee niet meer te draaien platen nog. En operette: Franz Léhar, Die Lustige Witwe, Das Land des Lächelns. Maar ook marsmuziek ging er wel in. Ik herinner me de Brandweermars. Die begon of eindigde met een loeiende sirene. (Het was aan het begin, zie op You Tube). En we hadden een plaat die we de lachplaat noemden. Volgens mij werd er alleen maar heel hard op gelachen door een stel mannen. Als je de plaat draaide, moest je onwillekeurig mee lachen. Ja, het was een vrolijke boel, mijn jeugd. Mijn moeder luisterde naar verwante stemmen. Kathleen Ferrier (Messiah van Händel) en Aafje Heynis (Altrapsodie van Brahms). Maar ze was ook dol op Tennesie Ernie Ford, die woonde in Amerika, in Tennesie denk ik. Ford zong met een donkerbruine stem countryachtige liedjes. Ook gospel en reli, dat ging er bij mijn moeder wel in. Bijvoorbeeld The Old Rugged Cross. Dat was ook mooi, hoewel ik geen idee had wat het betekende.
On a hill far away stood an old rugged cross,
The emblem of suff’ring and shame;
And I love that old cross where the dearest and best
For a world of lost sinners was slain.

Featured image

De eerste platen waren 78-toerenplaten, zware bakelieten bakbeesten, die stuk konden vallen. Ze werden in een soort kartonnen cassette geschoven, in bruine hoezen die in een waaiermodel aan elkaar zaten. Die cassette had een donkere (bruin, paars?) omslag. Waar zijn ze eigenlijk gebleven? Al gauw kwamen er ook 33-toerenplaten, de zogenaamde langspeelplaten. Die zaten in aparte hoezen. Dat was mooi. Conny Stuart zong er een lied over (tekst Annie M. G. Schmidt):
Ik ben de juffrouw van de platenhoes,
de hoezenpoes, de hoezenpoes,
op elke 33 miligolven,
kunt u mij zien van onder of van boven.
Later kwamen de singles, 45 toeren. Daar viel nog wel voor te sparen, al kwam het wel voor dat ik een plaatje van de Everly Brothers zo graag wilde hebben dat ik eindeloos om een voorschot zeurde.

Ik wilde dus een eigen pick up. Een terecht verlangen. Ik speelde veel met meccano, blokkendozen en klei, zodat ik complete dorpen of boerderijen op een stuk balatum kon maken. Mijn postzegelalbum had ik voor een transformator geruild, ongetwijfeld een stomme ruil. Als ik die transformator aan een fietsdynamo verbond kon ik via het wieltje meccanobouwsels laten draaien. Eureka, lampje: een pick up draait ook. Ik legde het idee aan niemand voor, want ik had weinig vertrouwen in volwassenen. Mijn vader had me al eens het bos ingestuurd, toen ik hem info over mijn postzegels vroeg. Ik was ze aan het inplakken en wilde weten voor welk land Helvetia stond. Harskamp, zei mijn vader. En Suomi was Bennekom enzovoort. Ik zette dat er keurig boven en ruilde het album later voor die transformator. Ik schatte het zaakje eens wat in en maakte een plan. Ik fabriekte een ronde schijf (figuurzaag!) met een gaatje erin. Die schijf legde ik op een pin die ik in een blok hout had gejensd. Opzij van het blok hout monteerde ik een soortement pickuparm met aan het eind een dunne spijker erdoor. Transformator en fietsdynamo opstellen en vastmaken, en de schijf draaide. Let wel, dit klinkt simpel, maar ik was eindeloos aan het kloten en proberen tot het eindelijk lukte, zoals alle bouwsels die ik later nog maakte. Plechtig moment, een plaat erop, stekker in het stopcontact en de naaldspijker erop. En luisteren maar. Het was slechte muziek, voornamelijk gekras, zal Fidelio wel geweest zijn.

Featured image

Via onze radio luisterden we naar populaire muziek. Bill Haley, Elvis, Louis Armstrong. Op de zenders van Hilversum kreeg je alleen gepraat en suffe muziek. Gelukkig was er ook AFN: American Forces Network. Dat was de militaire soldatenzender in Duitsland voor de militairen die daar gelegerd waren. Daar hoorden we de nieuwste hits, The Everly Brothers, Paul Anka, Conny Francis. Maar ook het meer stevige, soulvolle werk. En toen kwam Radio Luxemburg. Een commerciële zender, met de hele dag popmuziek. Een wereld ging voor ons open. Mijn absoluut favoriete song was toen Personality van Lloyd Price. Beetje lastige titel, maar wat een muziek. Ik zong het woordelijk mee zonder te weten wat ik zong. Ik moest eens een keer voor een boodschap naar de melkboer, Peet van ’t Hof. Daar begon net het nummer Bernadine van Pat Boone. Ik scheurde op mijn fiets naar huis om het eind te horen. Maar het was al lang afgelopen natuurlijk. Had ik maar een eigen radio! Die kwam. Van tante Jannie kreeg ik een radiootje. Het was een eenvoudig houtje-touwtje ding. Je kon wel twee zenders krijgen: Hilversum 1 en Hilversum 2. En nog niet eens goed. Je hoorde allerlei bijtonen en gezoem. Soms hoorde je half en verwrongen een bekend liedje op de achtergrond. Eindeloos probeerde ik zo af te stellen dat je het geouwehoer van Hilversum niet hoorde en de muziek wel. Dat lukte natuurlijk niet. Pas jaren later kreeg ik mijn eigen pick up, eentje met een luidspreker erin.

[wordt vervolgd]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s